Vreemdelingenrecht

Vovo bij beroep NL25.44155

Rechtbank Den Haag, 26 augustus 2026

Zaakgegevens

Op 26 augustus 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
26 augustus 2026
Datum publicatie
1 september 2026
Zaaknummer
NL25.53110
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:25085
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vovo bij beroep NL25.44155

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.53110


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker

(gemachtigde: mr. P.E.J.M. Bartels),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: H.Q. van der Zaan).

Samenvatting

1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over het terugkeerbesluit dat aan verzoeker is opgelegd. Verzoeker is het hiermee niet eens. Hij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Hij heeft tegen het terugkeerbesluit ook beroep ingesteld, met zaaknummer NL25.44155.

2. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

3. Aan verzoeker is met het bestreden besluit van 10 juli 2025 een

terugkeerbesluit opgelegd, omdat zijn recht op tijdelijke bescherming onder de Richtlijn

Tijdelijke Bescherming is geëindigd per 4 maart 2024. Verzoeker heeft hiertegen beroep

ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

3.1.

De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

4. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.44155, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.M. Tank, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

26 augustus 2026

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.