Vreemdelingenrecht
Asiel, plakvovo, afgewezen
Rechtbank Den Haag, 4 september 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:25589 · Rechtbank Den Haag · 4 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2026-25589
Zaakgegevens
Op 4 september 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 4 september 2026
- Datum publicatie
- 4 september 2026
- Zaaknummer
- 26.21173
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:25589
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Asiel, plakvovo, afgewezen
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.21173
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam], verzoeker,
V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. D.W.M. van Erp),
en
de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. L.O. Augustinus).
Inleiding
1. De minister heeft de asielaanvraag van verzoeker met het besluit van 9 april 2026 afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, gelijktijdig met het beroep, op 26 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, mr. E. Uiterwaal als waarnemer voor de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de minister. Ook is er een tolk verschenen, en was de partner van verzoeker aanwezig.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.A. van der Meulen-Postma, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.