Vreemdelingenrecht

Verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat inmiddels is beslist op het beroep.

Rechtbank Den Haag, 4 september 2026

Zaakgegevens

Op 4 september 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
4 september 2026
Datum publicatie
7 september 2026
Zaaknummer
NL26.43853
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:25880
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat inmiddels is beslist op het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.43853


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker

(gemachtigde: mr. R.J. Schenkman),

en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. L.J.E. Altdorf).

Procesverloop

1. Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend. Met het bestreden besluit van 29 juli 2026 heeft de minister de aanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen op de grond dat Noorwegen verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

2. De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de behandeling van de zaak NL26.43852, op 18 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen. Verzoeker en zijn gemachtigde hebben zich afgemeld voor de zitting.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.43852, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Blok, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Wilpstra - Foppen, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 4 september 2026.

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.