Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag · Voorlopige voorziening · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 3 september 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:25938 · Rechtbank Den Haag · 3 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2026-25938
Zaakgegevens
Op 3 september 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 3 september 2026
- Datum publicatie
- 7 september 2026
- Zaaknummer
- NL26.46094 en NL26.46096
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:25938
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Plakvovo - afgewezen.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.46094 en NL26.46096
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], V-nummer: [V-nummer 1], verzoeker
en [verzoekster], V-nummer: [V-nummer 2], verzoekster
Mede ten behoeve van hun minderjarige kind,
[minderjarige] , V-nummer: [V-nummer 3]
hierna gezamenlijk te noemen: verzoekers
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Inleiding
1. Met de besluiten van 5 augustus 2026 (het bestreden besluiten) heeft verweerder de aanvragen om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van verzoekers niet in behandeling genomen.
2. Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
3. De voorzieningenrechter doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
4. In de uitspraak van vandaag in de zaken met nummers NL26.46093 en NL26.46095 heeft de rechtbank beslist op de beroepen waarop deze verzoeken om een voorlopige voorziening betrekking hebben. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. Om die reden worden de verzoeken als kennelijk ongegrond afgewezen.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 3 september 2026 door mr. M.L. Weerkamp, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.