Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag · Voorlopige voorziening · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 9 september 2026

Zaakgegevens

Op 9 september 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
9 september 2026
Datum publicatie
9 september 2026
Zaaknummer
NL26.7993
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:26128
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Voorlopige voorziening

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.7993


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], verzoeker,V-nummer: [nummer],

(gemachtigde: mr. H.G.M. van Zutphen),

en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. S.H. de Vries).

Procesverloop

1. Verzoeker heeft een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 5 februari 2026 afgewezen als ongegrond. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

1.1.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met het beroep met zaaknummer NL26.7992, op 8 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, een tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.7992, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep, het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

2.1.

De voorzieningenrechter veroordeelt de minister, gelet op de inhoud van de uitspraak op het beroep, wel tot betaling van de proceskosten die verzoeker heeft gemaakt. De voorzieningenrechter stelt deze kosten op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 934,- voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;

- veroordeelt de minister tot betaling van een bedrag van € 934,- aan proceskosten aan verzoeker.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van

mr. M.C. Drenten -Boon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.