Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag · Voorlopige voorziening · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 19 mei 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:26231 · Rechtbank Den Haag · 19 mei 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2026-26231
Zaakgegevens
Op 19 mei 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 19 mei 2026
- Datum publicatie
- 10 september 2026
- Zaaknummer
- AWB 25/10693
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:26231
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vovo bij AWB 25/10690.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 25/10693
uitspraak van de voorzieningenrechter van 19 mei 2026 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit Amersfoort, verzoeker
V-nummer: [V-nummer]
en
de minister van Asiel en Migratie
(gemachtigde: mr. K.A.W. Boonen).
Inleiding
1. De minister heeft met het besluit van 9 mei 2025 (het bestreden besluit) het verzoek van verzoeker om tijdelijke bescherming en zijn asielaanvraag buiten behandeling gesteld. Verzoeker heeft op 15 mei 2025 beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. De rechtbank heeft verzoeker vervolgens uitgenodigd voor een zitting.
De minister heeft op 21 november 2025 laten weten dat hij het bestreden besluit intrekt, en dat hij opnieuw op de aanvragen zal beslissen.
Verzoeker is niet verschenen op de zitting van 27 november 2025. Hij heeft niet bevestigd dat hij het verzoek om een voorlopige voorziening intrekt. De rechtbank doet daarom uitspraak op het verzoek.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer AWB 25/10693, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Skerka, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.J. Valk, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 19 mei 2026.
|
griffier |
voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: