Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag · Voorlopige voorziening · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 22 juni 2026

Zaakgegevens

Op 22 juni 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
22 juni 2026
Datum publicatie
10 september 2026
Zaaknummer
NL25.25441
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:26256
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vovo bij NL25.42278.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.25441


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker

(gemachtigde: mr. C.T.W. van Dijk),

en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. J.C. Ohrtman).

Procesverloop

1. De minister heeft met de kennisgeving wijziging leeftijdsgegevens (hierna: kennisgeving) van 21 mei 2025 aan verzoeker laten weten dat zijn geboortedatum is aangepast naar [geboortedatum] 1999.

1.1.

Verzoeker heeft op 6 juni 2025 bezwaar gemaakt tegen de kennisgeving. De minister heeft het bezwaar van verzoeker met het bestreden besluit van 6 augustus 2025 kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

1.2.

De voorzieningenrechter heeft de behandeling van het verzoek op 16 maart 2026 aangehouden, omdat er geen tolk beschikbaar was. De voorzieningenrechter heeft vervolgens op 20 mei 2026 het verzoek samen met het beroep op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, E. Touray Sonko als tolk en de gemachtigde van de minister. Ook de voogd van verzoeker was aanwezig.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Verzoeker heeft verzocht om vrijstelling van het betalen van het griffierecht. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om dit verzoek toe te wijzen. Verzoeker hoeft dus geen griffierecht te betalen.

3. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.42278, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.J. Valk, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op 22 juni 2026

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.