Vreemdelingenrecht
Trefwoorden: plakvovo, afgewezen
Rechtbank Den Haag, 8 september 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:26731 · Rechtbank Den Haag · 8 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2026-26731
Zaakgegevens
Op 8 september 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 8 september 2026
- Datum publicatie
- 14 september 2026
- Zaaknummer
- AWB 25/23163
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:26731
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Trefwoorden: plakvovo, afgewezen
Uitspraak
2361RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 25/23163
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker
V-nummer: [V-nummer]
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: mr. D. van Hout).
Inleiding
1. Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor arbeid als een zelfstandige. De minister heeft met het bestreden besluit van 5 februari 2026 deze aanvraag afgewezen. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2. Het verzoek is, samen met de behandeling van het beroep (zaaknummer AWB 25/23162) op 29 juli 2026 op zitting behandeld.
Beoordeling door de voorzieningenrecht
3. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer AWB/23162, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Lenstra, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.J. Bootsma, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 8 september 2026.
|
griffier |
voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op 8 september 2026.