Vreemdelingenrecht

Dublin Oostenrijk, verzoek afgewezen.

Rechtbank Den Haag, 14 juli 2026

Zaakgegevens

Op 14 juli 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
14 juli 2026
Datum publicatie
21 september 2026
Zaaknummer
NL26.24571
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:27547
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Dublin Oostenrijk, verzoek afgewezen.

Uitspraak

uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL26.24571

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker (gemachtigde: mr. H.E. Visscher),

en

de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. J.G.R. Becker).

Procesverloop

Bij besluit van 30 april 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaak NL26.24570, op 30 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoeker,

E. Battaloglu als tolk en de gemachtigde van de minister.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.24570, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.A.W.M. Engels, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

14 juli 2026

[afbeelding niet beschikbaar]

Documentcode:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.