Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag · Voorlopige voorziening · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 26 juni 2026

Zaakgegevens

Op 26 juni 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
26 juni 2026
Datum publicatie
25 september 2026
Zaaknummer
NL24.19707
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:28207
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

VK; plakvovo; afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.19707


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. N. van Bremen),

en

de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. L. Ludwig).

Procesverloop

Bij besluit van 18 januari 2024 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot verlening van een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen, niet in behandeling genomen.

Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit en verweerder heeft dit bezwaar bij besluit van 24 april 2024 (het bestreden besluit) kennelijk ongegrond verklaard.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De rechtbank heeft het verzoek op 1 mei 2026 op zitting behandeld. Verzoeker heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag in de zaak NL24.19706 heeft de rechtbank beslist op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.A. Bouter - Rijksen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. D.M. Abrahams, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.