Vreemdelingenrecht

n-o – griffierecht – vovo.

Rechtbank Den Haag, 28 september 2026

Zaakgegevens

Op 28 september 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
28 september 2026
Datum publicatie
1 oktober 2026
Zaaknummer
NL26.46281
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:29012
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

n-o – griffierecht – vovo.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.46281


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen


[verzoekster] , verzoekster,

V-nummer: [V-nummer] ,

(gemachtigde: mr. R.W. Koevoets),

en

de Minister van Asiel en Migratie

Inleiding

Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit van 10 augustus 2026 beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

Op 13 augustus 2026 heeft verzoekster de rechtbank verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Voordat dit verzoek in behandeling genomen kan worden, dient het griffierecht van € 200,- te worden betaald.

Op 22 augustus 2026 is de gemachtigde van verzoekster per aangetekende brief op de hoogte gesteld van het verzuim en in de gelegenheid gesteld om alsnog het griffierecht te voldoen binnen vier weken na de dagtekening van de brief.

De rechtbank stelt vast dat de uiterlijke termijn is verstreken, en het griffierecht niet is bijgeschreven. Het is niet aannemelijk gemaakt dat verzoekster in betalingsonmacht verkeert.

Daarom verklaart de rechtbank het verzoek niet-ontvankelijk, op grond van artikel 8:82 derde lid, in samenhang met artikel 8:41, zesde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan op 28 september 2026 door mr. W.H. Bel rechter, in aanwezigheid van mr. M. Strik, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.