Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening afgewezen, want dezelfde dag is uitspraak gedaan op het beroep.
Rechtbank Den Haag, 19 augustus 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:29392 · Rechtbank Den Haag · 19 augustus 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2026-29392
Zaakgegevens
Op 19 augustus 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 19 augustus 2026
- Datum publicatie
- 5 oktober 2026
- Zaaknummer
- NL25.43008
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:29392
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Voorlopige voorziening afgewezen, want dezelfde dag is uitspraak gedaan op het beroep.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.43008
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker
(gemachtigde: mr. D.W.M. van Erp),
en
de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: S. Sinniah).
Procesverloop
1. De minister heeft op 4 juni 2025 een voornemen uitgebracht tot het opleggen van een terugkeerbesluit. Verzoeker heeft hierop gereageerd met een zienswijze. Met het besluit van 11 augustus 2025 (het bestreden besluit) is een terugkeerbesluit opgelegd.
2. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld (kenmerk: NL25.43007) en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
3. De voorzieningenrechter doet met toestemming van partijen uitspraak zonder zitting.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
4. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.43007, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. van den Broek, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
19 augustus 2026