Vreemdelingenrecht
Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen. Er is beslist op het beroep. Een…
Rechtbank Den Haag, 18 september 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:29397 · Rechtbank Den Haag · 18 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2026-29397
Zaakgegevens
Op 18 september 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 18 september 2026
- Datum publicatie
- 5 oktober 2026
- Zaaknummer
- NL26.7226
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:29397
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen. Er is beslist op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.7226
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster] , V-nummer: [V-nummer] , verzoekster
(gemachtigde: mr. A.K.E. van den Heuvel),
en
de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. B. Goossens).
Samenvatting
1. Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar asielaanvraag. Zij heeft ook verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Procesverloop
2. Verzoekster heeft een asielaanvraag ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 2 februari 2026 deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. De minister heeft hierop gereageerd met een verweerschrift.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de behandeling van het beroep op 29 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, de gemachtigde van verzoekster, S.B. Aniania als tolk en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
3. In de uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.7225, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. De voorzieningenrechter verwijst hiervoor naar het oordeel in de beroepszaak.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Westerhof, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 18 september 2026
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.