Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening bij beroep.
Rechtbank Den Haag, 6 oktober 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:29682 · Rechtbank Den Haag · 6 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2026-29682
Zaakgegevens
Op 6 oktober 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 6 oktober 2026
- Datum publicatie
- 8 oktober 2026
- Zaaknummer
- NL26.52019 en NL26.52021
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:29682
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Voorlopige voorziening bij beroep.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL26.52019 en NL26.52021
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster], verzoekster,
V-nummer: [V-nummer 1]
[verzoeker] , verzoeker,
V-nummer: [V-nummer 2]
tezamen: verzoekers
en de minderjarige kinderen van verzoekster:
[minderjarige 1] en [minderjarige 2].
(gemachtigde: mr. J.J. Bronsveld)
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Verzoekers hebben een asielaanvraag ingediend. Met de bestreden besluiten van 31 augustus 2026 heeft verweerder de aanvraag van verzoekers niet in behandeling genomen op de grond dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Verzoekers hebben hiertegen afzonderlijk beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om voorlopige voorzieningen te treffen.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers NL26.52017 en NL26.52020 heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen en de beroepen gegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
2. De voorzieningenrechter ziet gelet op de inhoud van de uitspraak op de beroepen aanleiding te bepalen dat verzoekers een vergoeding krijgen van hun proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 934 (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 934 en een wegingsfactor 1).
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 934 aan proceskosten aan verzoekers.
Deze uitspraak is gedaan op 6 oktober 2026 door mr. K.M. de Jager, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.