Vreemdelingenrecht

Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.

Rechtbank Den Haag, 3 februari 2026

Zaakgegevens

Op 3 februari 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
3 februari 2026
Datum publicatie
16 februari 2026
Zaaknummer
24/9709
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:2992
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 24/9709


uitspraak van de voorzieningenrechter van 3 februari 2026 in de zaak tussen


[naam verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker

(gemachtigde: mr. M.A.K. Rahman),

en

de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder

(gemachtigde: mr. E. van der Meulen).

Inleiding

Bij besluit van 2 januari 2024 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een visum voor kort verblijf afgewezen. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 4 juni 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoeker tegen het primaire besluit kennelijk ongegrond verklaard. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer AWB 24/9582, heeft de rechtbank op het beroep beslist. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.C. de Vries, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A.R.M. Scheeres, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 3 februari 2026.

griffier

voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.