Vreemdelingenrecht

plakvovo, uitspraak gedaan op het beroep, afgewezen.

Rechtbank Den Haag, 16 februari 2026

Zaakgegevens

Op 16 februari 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
16 februari 2026
Datum publicatie
17 februari 2026
Zaaknummer
NL24.17366
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:3027
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

plakvovo, uitspraak gedaan op het beroep, afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

Zaaknummer: NL24.17366


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker,

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. I. Petkovski)

en

de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

In het besluit van 7 februari 2024 heeft verweerder bepaald dat verzoeker na 4 maart 2024 geen recht meer heeft op tijdelijke bescherming zoals bedoeld in de Richtlijn 2001/55/EG (Richtlijn Tijdelijke Bescherming), en dat hij binnen vier weken na die datum moet terugkeren naar zijn land van herkomst.

Verzoeker heeft op 20 april 2024 tegen dit besluit beroep ingesteld. Daarnaast heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Met het besluit van 28 juli 2025 heeft verweerder een vervangend terugkeerbesluit genomen. Het verzoek om een voorlopige verzoening heeft van rechtswege mede betrekking op dit vervangende besluit.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van 13 februari 2026, zaaknummer NL24.17365, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan op 16 februari 2026 door mr. M.L. Weerkamp, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P. Lukanika, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Op grond van artikel 8:81, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met artikel 6:19, eerste lid, van de Awb.