Vreemdelingenrecht

Richtlijn tijdelijke bescherming, Oekraïne, verzoek om voorlopige voorziening hangende bezwaar toegewezen.

Rechtbank Den Haag, 15 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 15 oktober 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
15 oktober 2026
Datum publicatie
15 oktober 2026
Zaaknummer
AWB 26/16496
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:30354
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Richtlijn tijdelijke bescherming, Oekraïne, verzoek om voorlopige voorziening hangende bezwaar toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 26/16496


uitspraak van de voorzieningenrechter van 15 oktober 2026 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen


[verzoeker] , verzoeker

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: S. Nabokov),

en

de minister van Asiel en Migratie.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker.

1.1.

In het bestreden besluit van 25 augustus 2026 heeft de minister vastgesteld dat verzoeker niet valt onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (hierna: de Richtlijn).

1.2.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit bezwaar gemaakt en een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.

1.3.

De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, vierde lid, van de Awb uitspraak zonder zitting.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Op grond van artikel 8:81 van de Awb kan, indien voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank tegen een besluit bezwaar is gemaakt, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed gelet op de betrokken belangen dat vereist.


3. De minister heeft op 14 oktober 2026 telefonisch meegedeeld dat zij zich niet verzet tegen toewijzing van het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening.

4. Nu partijen het erover eens zijn dat verzoeker gedurende de bezwaarprocedure en tot twee weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar dient te worden behandeld alsof het recht op tijdelijke bescherming als bedoeld in de Richtlijn op hem van toepassing is, zal de voorzieningenrechter het verzoek in die zin toewijzen.

5. Van voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht is de voorzieningenrechter niet gebleken.


Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en bepaalt dat verzoeker wordt behandeld alsof hij valt onder de reikwijdte van de Richtlijn tot twee weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Janssen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E. Kersten, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 15 oktober 2026.

de voorzieningenrechter is verhinderd om

deze uitspraak te ondertekenen

griffier

voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Richtlijn 2001/55 EG. Algemene wet bestuursrecht.