Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag · Voorlopige voorziening · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 5 maart 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:4374 · Rechtbank Den Haag · 5 maart 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2026-4374
Zaakgegevens
Op 5 maart 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 5 maart 2026
- Datum publicatie
- 5 maart 2026
- Zaaknummer
- NL25.48067
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:4374
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
plakvovo
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.48067
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[eiser 1] , verzoekster,
V-nummer: [v-nummer 1] ,
mede namens haar minderjarig kind,
[eiser 2] ,
V-nummer: [v-nummer 2] ,
(gemachtigde: mr. D.W.M. van Erp),
en
de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. G.J. Douma).
Procesverloop
1. Verzoekster heeft een (herhaalde) asielaanvraag ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 29 september 2025 deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Aan verzoekster is ook een inreisverbod opgelegd voor de duur van twee jaar. Het al aan verzoekster opgelegde terugkeerbesluit geldt nog steeds. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met het beroep op zitting
behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster (bijgestaan door een tolk),
mr. C.T.W. van Dijk, kantoorgenoot van de gemachtigde van eiseres, en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A.G. van Dijk, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Derks, griffier en openbaar gemaakt door gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.