Vreemdelingenrecht

plakvovo, afwijzing verzoek

Rechtbank Den Haag, 16 maart 2026

Zaakgegevens

Op 16 maart 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
16 maart 2026
Datum publicatie
17 maart 2026
Zaaknummer
NL25.33474 en NL25.33472
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:5530
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

plakvovo, afwijzing verzoek

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummers: NL25.33474 en NL25.33472


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[verzoekster] , verzoekster, V-nummer: [V-nummer 1] ,

en [verzoeker], verzoeker, V-nummer: [V-nummer 2] ,

hierna gezamenlijk te noemen: verzoekers,

(gemachtigde: mr. H. Loth),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij afzonderlijke besluiten van 17 juli 2025 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van verzoekers afgewezen als kennelijk ongegrond.

Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers NL25.33473 en NL25.33471, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan op 16 maart 2026 door mr. K.M. de Jager, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.