Vreemdelingenrecht

Voorlopige voorziening horende bij NL25.59853.

Rechtbank Den Haag, 12 maart 2026

Zaakgegevens

Op 12 maart 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
12 maart 2026
Datum publicatie
20 maart 2026
Zaaknummer
NL25.59854
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:5982
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Voorlopige voorziening horende bij NL25.59853.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.59854


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster] ,V-nummer: [V-nummer] , verzoekster

mede namens haar minderjarige dochter [minderjarige] ,

(gemachtigde: mr. E.R. Hagenaars),

en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. J. Isibor).

Samenvatting

1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van verzoekster. Verzoekster is het hier niet mee eens. Zij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan. Zij heeft daartegen ook beroep ingesteld.

1.1.

De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Verzoekster heeft een (herhaalde) aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft met het bestreden besluit van 1 december 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

2.1.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de behandeling van het beroep, zaaknummer NL25.59853, op 4 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, de gemachtigde van verzoekster, Z. Wotani als tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. Bij uitspraak van vandaag in het beroep, zaaknummer NL25.59853, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

3.1.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. Spelt, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L.S. Lodder, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 12 maart 2026.

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.