Vreemdelingenrecht

Arbeid als zelfstandige. Dubbel verzoek. Verzoek door onbekende derde ondertekend.

Rechtbank Den Haag, 18 maart 2026

Zaakgegevens

Op 18 maart 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
18 maart 2026
Datum publicatie
24 maart 2026
Zaaknummer
26/868
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:6436
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Arbeid als zelfstandige. Dubbel verzoek. Verzoek door onbekende derde ondertekend.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 26/868


uitspraak van de voorzieningenrechter van 18 maart 2026 in de zaak tussen


[verzoeker], onbekende woon- of verblijfplaats, verzoeker

V-nummer: [nummer]

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen de afwijzing van de aanvraag van verzoeker om een verblijfsvergunning met als doel ‘arbeid als zelfstandige’. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

1.1.

Omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is.

1.2.

De minister heeft de aanvraag met het besluit van 9 december 2025 afgewezen. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en heeft daarbij al op 18 december 2025 een verzoek om een voorlopige voorziening gedaan bij de rechtbank. Dat verzoek is geregistreerd onder zaaknummer AWB 25/24265. Op 15 januari 2026 heeft verzoeker nogmaals een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. Dit verzoek is geregistreerd onder nummer AWB 26/868.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Er kan niet twee keer een voorlopige voorziening worden ingediend tegen hetzelfde besluit. Verzoeker had al een verzoek om voorlopige voorziening lopen tegen het besluit van 9 december 2025 zodat het nogmaals indienen overbodig was. Op het eerste verzoek was immers nog niet beslist. Dit tweede verzoek wordt om die reden niet-ontvankelijk verklaard.

2.1.

Daarnaast heeft de rechtbank geconstateerd dat deze voorlopige voorziening niet door verzoeker zelf is ondertekend. De rechtbank heeft vastgesteld dat dezelfde handtekening wordt gebruikt in ongeveer twintig andere verzoeken van andere vreemdelingen die vergelijkbare aanvragen hebben ingediend en die hetzelfde (post)adres hanteren als verzoeker in de zaak AWB 25/24265. De rechtbank merkt hierbij op dat indien geen sprake was van een dubbel ingediend verzoek, het verzoek dus alsnog niet-ontvankelijk zou zijn verklaard omdat het verzoek niet door de vreemdeling zelf is ondertekend maar door een onbekende derde die al deze verzoeken indient.

Conclusie en gevolgen

3. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M.L. Wijnen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van N. Maas, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 18 maart 2026.

griffier

voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.