Vreemdelingenrecht

Vovo bij zaaknummer AWB 25/22653

Rechtbank Den Haag, 20 februari 2026

Zaakgegevens

Op 20 februari 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
20 februari 2026
Datum publicatie
26 maart 2026
Zaaknummer
AWB 25/23857
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:6672
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vovo bij zaaknummer AWB 25/22653

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 25/23857


uitspraak van de voorzieningenrechter van 20 februari 2026 in de zaak tussen

[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

Procesverloop

Op 29 januari 2024 heeft verzoeker een brief van de minister ontvangen. Daarin heeft de minister aan verzoeker medegedeeld dat zijn tijdelijke bescherming op grond van de RTB per 4 maart 2024 is beëindigd, onder verwijzing naar de uitspraak van 17 januari 2024 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling). Verzoeker heeft tegen deze brief beroep ingesteld, alsmede een verzoek tot een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter heeft bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

Procesverloop

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer AWB 25/22653, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

2. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.M. Tank, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 20 februari 2026.

griffier

voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

ECLI:NL:RVS:2024:32. Artikel 8:83, derde lid, van de Awb maakt dit mogelijk.