Vreemdelingenrecht
Plakvovo bij NL26.9478 en NL26.9483
Rechtbank Den Haag, 1 april 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:7575 · Rechtbank Den Haag · 1 april 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2026-7575
Zaakgegevens
Op 1 april 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 1 april 2026
- Datum publicatie
- 2 april 2026
- Zaaknummer
- NL26.9479
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:7575
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Plakvovo bij NL26.9478 en NL26.9483
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL26.9479 en NL26.9484
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[verzoeker 1] en [verzoeker 2] ,
V-nummers: [V-nummer 1] en [V-nummer 2] , verzoekers,
mede namens hun minderjarige kinderen [naam 1] , [naam 2] , [naam 3] en [naam 4] ,
(gemachtigde: mr. W.P.R. Peeters),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Met de bestreden besluiten van 18 februari 2026 heeft verweerder de asielaanvragen van verzoekers niet in behandeling genomen op de grond dat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. Met de uitspraak van vandaag, zaaknummers NL26.9478 en NL26.9483, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 1 april 2026 door mr. K.M. de Jager, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.