Vreemdelingenrecht

Dublin Duitsland. Vovo afgewezen.

Rechtbank Den Haag, 20 maart 2026

Zaakgegevens

Op 20 maart 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
20 maart 2026
Datum publicatie
10 april 2026
Zaaknummer
NL26.10021
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:8542
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Dublin Duitsland. Vovo afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.10021


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster] , V-nummer: [V-nummer] , verzoekster

(gemachtigde: mr. L. Sinoo),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. N. Hamzaoui).

Procesverloop

Bij besluit van 23 februari 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.


Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De minister heeft desgevraagd een verweerschrift ingediend.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL26.10020, op 10 maart 2026 op zitting behandeld. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen A. Hairan. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.10020, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van S.N. Lekatompessij, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

20 maart 2026

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.