Vreemdelingenrecht

Dublin België. Vovo’s afgewezen.

Rechtbank Den Haag, 3 april 2026

Zaakgegevens

Op 3 april 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
3 april 2026
Datum publicatie
10 april 2026
Zaaknummer
NL26.12668 NL26.12680
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:8571
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Dublin België. Vovo’s afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummers: NL26.12668 en NL26.12680

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen


[verzoeker] en [verzoekster], V-nummers: [V-nummer] en [V-nummer] ,

mede namens hun minderjarige zoon [minderjarige], V-nummer: [V-nummer] , verzoekers

(gemachtigde: mr. C.T.W. van Dijk),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. A. Sloots).


Procesverloop

Bij besluiten van 6 maart 2026 (de bestreden besluiten) heeft de minister de aanvragen van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat België verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.


Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft de verzoeken, tezamen met de zaken NL26.12667 en NL26.12679, op 24 maart 2026 op zitting behandeld. Verzoekers zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.12667 en NL26.12679, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van S.N. Lekatompessij, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

3 april 2026

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.