Vreemdelingenrecht
Afwijzing verzoek om voorlopige voorziening, omdat uitspraak is gedaan op het samenhangende beroep…
Rechtbank Den Haag, 10 april 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:8628 · Rechtbank Den Haag · 10 april 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2026-8628
Zaakgegevens
Op 10 april 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 10 april 2026
- Datum publicatie
- 10 april 2026
- Zaaknummer
- NL25.42115
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:8628
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Afwijzing verzoek om voorlopige voorziening, omdat uitspraak is gedaan op het samenhangende beroep (ECLI:NL:RBDHA:2026:8626)
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.42115
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[naam], verzoeker,
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. R.W.J.L. Loonen),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: mr. D. Halbesma).
Procesverloop
1. De minister heeft verzoeker met het bestreden besluit van 6 augustus 2025 een terugkeerbesluit opgelegd. Namens verzoeker hebben twee advocaten beroep ingesteld en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Het eerder ingediende beroep en verzoek is door de gemachtigde van verzoeker overgenomen.
De voorzieningenrechter heeft de verzoeken op 3 april 2026 op zitting behandeld, samen met de beroepen van verzoeker. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, zijn gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van de minister.
Op zitting heeft verzoeker het later ingediende beroep en verzoek ingetrokken.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het samenhangende beroep van verzoeker, en dat beroep ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A.J. van Bruggen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt en openbaar gemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.