Vreemdelingenrecht

Voorlopige voorziening bij beroep kennelijk ongegrond.

Rechtbank Den Haag, 2 april 2026

Zaakgegevens

Op 2 april 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
2 april 2026
Datum publicatie
20 april 2026
Zaaknummer
AWB 26 3434
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:9409
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Voorlopige voorziening bij beroep kennelijk ongegrond.

Procesgang

  1. Rechtbank Den Haag · 2 april 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:RBDHA:2026:9409

  2. Raad van State · 30 april 2026

    ECLI:NL:RVS:2026:2363

    Niet bevoegd

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 26/3434

uitspraak van de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker

V-nummer: [V-nummer] ,

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Inleiding

In het besluit van 24 februari 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen omdat Zwitserland daarvoor verantwoordelijk is.

Eiser heeft beroep (AWB 26/3433) ingesteld tegen het bestreden besluit. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

1. In de uitspraak van vandaag in de zaak met nummer AWB 26/3433 heeft de rechtbank beslist op het beroep waarop dit verzoek om een voorlopige voorziening betrekking heeft. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. Om die reden wordt het verzoek als kennelijk ongegrond afgewezen.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan op 2 april 2026 door mr. J.F.I. Sinack, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffier

voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.