Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening bij beroep.
Rechtbank Den Haag, 2 april 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:9431 · Rechtbank Den Haag · 2 april 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2026-9431
Zaakgegevens
Op 2 april 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 2 april 2026
- Datum publicatie
- 20 april 2026
- Zaaknummer
- AWB 25/20971
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:9431
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Voorlopige voorziening bij beroep.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 25/20971
uitspraak van de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. C.F. Wassenaar),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. M.J. Vetzo).
Inleiding
In het besluit van 9 september 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder verzoekers verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingetrokken met terugwerkende kracht tot 2 april 2019, verzoekers aanvraag tot verlenging van deze vergunning afgewezen, en tegen verzoeker een terugkeerbesluit alsmede een inreisverbod en een signalering voor de duur van twintig jaren uitgevaardigd.
Verzoeker heeft beroep (AWB 25/20969) ingesteld tegen het bestreden besluit. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, die inhoudt dat hij rechtmatig verblijf behoudt tot vier weken nadat op het beroep is beslist.
De voorzieningenrechter doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
1. In de uitspraak van de meervoudige kamer van vandaag in de zaak met nummer AWB 25/20969 is beslist op het beroep waarop dit verzoek om een voorlopige voorziening betrekking heeft. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer mogelijk. Om die reden wordt het verzoek als kennelijk ongegrond afgewezen.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 2 april 2026 door mr. B.F.Th. de Roos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
|
griffier |
voorzieningenrechter |
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.