Civiel recht overig
Afwijzing machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel. Geen onmiddelijk dreigend ernstig nadeel.
Rechtbank Den Haag, 20 april 2020
ECLI:NL:RBDHA:2020:3909 · Rechtbank Den Haag · 20 april 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2020-3909
Zaakgegevens
Op 20 april 2020 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Datum uitspraak
- 20 april 2020
- Datum publicatie
- 29 april 2020
- Zaaknummer
- C/09/591611 / FA RK 20-2406
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M.B.H. Breitschaft te 's-Gravenhage.
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2020:3909
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Afwijzing machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel. Geen onmiddelijk dreigend ernstig nadeel.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/591611 / FA RK 20-2406
Datum beschikking: 20 april 2020
Afwijzing machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
Beschikking naar aanleiding van het op 17 april 2020 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[de vrouw]
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedag] 1972 te [geboorteplaats] (Zuid-Afrika),
thans verblijvende in de accommodatie [verblijfplaats] ,
advocaat: mr. M.B.H. Breitschaft te 's-Gravenhage.
Procesverloop
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 17 april 2020, heeft de officier van justitie verzocht om verlenging van de op 17 april 2020 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
-
een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente Delft tot het nemen van de crisismaatregel van 17 april 2020;
-
een op 17 april 2020 ondertekende medische verklaring van [psychiater] , die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij haar behandeling betrokken was;
- een uittreksel uit de justitiële documentatie;
- een afschrift van de politiemutaties.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 20 april 2020.
Vanwege de sluiting van de rechtbank in verband met de maatregelen rond het coronavirus zijn (conform de Tijdelijke regeling F&J rechtbanken i.v.m. Corona) de volgende personen gelijktijdig telefonisch door de rechtbank gehoord:
- de [arts] , in aanwezigheid van betrokkene;
- de [verpleegkundige] ;
- de advocaat.
De officier van justitie heeft in het verzoekschrift aangekondigd niet ter zitting te zullen verschijnen. Van oordeel zijnde dat het verzoek geen nadere motivering of toelichting behoeft, heeft de rechtbank de officier van justitie niet telefonisch gehoord.
Standpunten ter zitting
De arts heeft naar voren gebracht dat er bij betrokkene sprake is van psychische stoornissen, zoals in de medische verklaring staat beschreven. Er is echter thans geen sprake (meer) van een onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Ook verzet betrokkene zich niet tegen de vormen van zorg die zij nodig heeft. Er is voldoende vertrouwen in betrokkene dat dit op vrijwillige basis in het ambulante kader kan plaatsvinden.
Door en namens betrokkene is afwijzing bepleit, omdat er geen sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Betrokkene wil voorts graag naar huis en is bereid om mee te werken aan alle benodigde vormen van zorg in het ambulante kader.
Beoordeling
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van psychische stoornissen, te weten depressieve stemmingsstoornissen, middel gerelateerde en verslavingsstoornissen en persoonlijkheidsstoornissen. Naar het oordeel van de rechtbank is echter onvoldoende gebleken dat uit deze stoornissen onmiddellijk dreigend ernstig nadeel voortvloeit. Voorts kan de zorg die betrokkene behoeft, op vrijwillige basis in het ambulante kader worden geboden, waardoor verplichte zorg nu niet noodzakelijk is. De rechtbank zal het verzoek strekkende tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel daarom afwijzen.
Beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek af.
|
Deze beschikking is gegeven door mr. M. Nijenhuis, rechter, bijgestaan door mr. R. Westerhof als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 20 april 2020. |
||
|
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 28 april 2020. |
||
|
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open. |
||