Civiel recht overig

Voortzetting inbewaringstelling

Rechtbank Den Haag, 28 januari 2020

Zaakgegevens

Op 28 januari 2020 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
's-Gravenhage
Datum uitspraak
28 januari 2020
Datum publicatie
28 januari 2020
Zaaknummer
C/09/586699 / FA RK 20-43
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Advocaat
mr. D. Poot te Leiden.
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2020:626
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Voortzetting inbewaringstelling

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG


Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaak-/rekestnr.: C/09/586699 / FA RK 20-43

Datum beschikking: 14 januari 2020

Machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling

Beschikking naar aanleiding van het op 10 januari 2020 door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:

[de vrouw]

hierna te noemen: cliënt,

geboren op [geboortedag] 2001 te [geboorteplaats] ,

wonende te Nootdorp,

thans verblijvende in de accommodatie [verblijfplaats] ,

advocaat: mr. D. Poot te Leiden.

1 Procesverloop

1.1.

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op

10 januari 2020.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

- de beschikking van de burgemeester van de gemeente Delft van 9 januari 2020;

- de op 9 januari 2020 ondertekende verklaring van een ter zake kundige arts,

[arts] , die cliënt met het oog op de machtiging kort te voren heeft onderzocht, maar niet bij haar behandeling betrokken was, en

- het indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van

23 mei 2019.

1.2

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op

14 januari 2020.

1.3

Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:

- de cliënt, bijgestaan door haar advocaat;

- mevr. [A.] namens stichting MEE;

- [behandelaar] uitvoerend behandelaar van cliënt;

- [adviseur] adviseur zorgbemiddeling;

- dhr. [arts] , WZD arts, tevens geneesheer-directeur van de accommodatie;

- [psychiater] , en

- de ouders van cliënt.

2 verweer

De cliënt heeft geen verweer gevoerd tegen het verzochte.

3 Beoordeling

3.1

Op 9 januari 2020 heeft de burgemeester van de gemeente Delft ten behoeve van de cliënt een last tot inbewaringstelling afgegeven.

3.2

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er

sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel waardoor een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht. Het ernstig vermoeden bestaat dat het gedrag van de cliënt als gevolg van (een combinatie van) haar verstandelijke handicap en somatische problematiek te weten diabetes, ernstig nadeel veroorzaakt.

3.3

Het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel bestaat uit:

- levensgevaar;

- ernstige verwaarlozing;

- maatschappelijke teloorgang;

- bedreiging van de veiligheid van de cliënt al dan niet doordat zij onder invloed van een ander raakt.

3.3.

Om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden is

voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk. Dit middel is ook geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden en er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

3.4

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de criteria voor een voortzetting van de inbewaringstelling. De machtiging zal worden verleend voor de duur van 6 weken.

4 Beslissing

De rechtbank:

verleent een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling ten aanzien van

[de vrouw]

geboren op [geboortedag] 2001 te [geboorteplaats] ,

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 25 februari 2020.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.C. Bruining, rechter, bijgestaan door

dhr. A.U. Hatuina als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 14 januari 2020.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 24 januari 2020.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.