Civiel recht overig
Rechtbank Den Haag · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig
Rechtbank Den Haag, 27 november 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:25337 · Rechtbank Den Haag · 27 november 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2025-25337
Zaakgegevens
Op 27 november 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 27 november 2025
- Datum publicatie
- 28 december 2025
- Zaaknummer
- C/09/692880 / FA RK 25-7668
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. C.H. Remmelink te [geboorteplaats] , mr. K. Mohasselzadeh te Voorburg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2025:25337
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Voorlopige voorzieningen
Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-7668
Zaaknummer: C/09/692880
Datum beschikking: 27 november 2025
Voorlopige voorzieningen
Beschikking op het op 10 oktober 2025 ingekomen verzoek van:
[de vrouw] ,
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. C.H. Remmelink te [geboorteplaats] .
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de man] ,
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. K. Mohasselzadeh te Voorburg.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van:
-
het verzoekschrift;
-
het F9-formulier van 6 november 2025, met producties, van de zijde van de vrouw.
Op 13 november 2025 is de zaak ter zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
-
de vrouw, bijgestaan door haar advocaat en een tolk: H. Rida;
-
de advocaat van de man;
-
[naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
De minderjarige [de minderjarige 1] is in de gelegenheid gesteld zijn mening te geven over het verzoek, maar heeft daarvan geen gebruik gemaakt.
Feiten
-
De man en de vrouw zijn met elkaar gehuwd op 16 februari 2013 te Al Malikiya, Syrië.
-
Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2016 te [geboorteplaats] , en
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2021 te [geboorteplaats] .
-
Blijkens de uittreksels uit de Basisregistratie personen hebben de man en de vrouw in ieder geval de Nederlandse nationaliteit.
-
Aan de man is een contact- en gebiedsverbod opgelegd van 10 september 2025 tot 8 december 2025. De man mag in die periode geen contact opnemen met de vrouw en zich niet ophouden in de straat van de echtelijke woning.
Verzoek en verweer
Het verzoek van de vrouw strekt ertoe dat:
-
de vrouw gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan het adres [adres] te ( [postcode] ) [plaats] , met inbegrip van de inboedel, met het bevel dat de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;
-
de minderjarige kinderen van partijen aan de vrouw worden toevertrouwd;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De man voert geen verweer.
Beoordeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Op grond van artikel 4, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is met de bevoegdheid van de Nederlandse echtscheidingsrechter steeds ook de bevoegdheid tot het treffen van voorlopige en bewarende maatregelen gegeven, voor zover die verband houden met de echtscheiding. Omdat zowel de man als de vrouw hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben, komt de Nederlandse rechter met betrekking tot het verzoek tot echtscheiding rechtsmacht toe, en daarom ook ten aanzien van het verzoek tot het treffen van voorlopige voorzieningen. De rechtbank past in deze voorlopige voorzieningenprocedure Nederlands recht toe.
Uitsluitend gebruik echtelijke woning en toevertrouwing minderjarige kinderen
De vrouw heeft verzocht het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan haar toe te wijzen en de minderjarige kinderen aan haar toe te vertrouwen. Zij stelt dat de situatie tussen partijen erg gespannen is en dat zij bang is voor de man. Zij vindt het daarnaast belangrijk dat de kinderen, voor wie zij altijd de zorg heeft gedragen, in de woning kunnen blijven omdat zij daar hun sociale leven en school in de buurt hebben. De vrouw kan nergens anders heen met de kinderen, zo stelt zij.
Namens de man is tijdens de zitting naar voren gebracht dat hij het niet eens is met de echtscheiding en het verlaten van de echtelijke woning, maar dat hij momenteel bij familie in Syrië verblijft. Daarom heeft hij geen bezwaar tegen het voorlopig uitsluitend gebruik van de woning door de vrouw en toevertrouwing van de minderjarige kinderen aan haar.
Omdat de man geen verweer voert en de rechtbank het in het belang van de kinderen acht dat zij samen met de vrouw voorlopig in de echtelijke woning kunnen blijven, zal de rechtbank de verzoeken van de vrouw toewijzen.
Het verzoek om te bepalen dat dit uitsluitend gebruik ‘met inbegrip van de inboedel’ is, zal de rechtbank bij gebrek aan belang afwijzen. Bij toewijzing van het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan een partij is die partij ook uitsluitend gerechtigd tot de tot die woning behorende inboedelgoederen, voor zover niet bij rechterlijke beschikking tot het dagelijks gebruik aan de andere partij en/of de kinderen toegewezen.
Ook het bevel dat de man de woning dient te verlaten zal worden afgewezen, omdat is gebleken dat de man die woning al heeft verlaten. Wel zal een bevel worden gegeven dat de man de woning verder niet mag betreden.
Beslissing
De rechtbank:
*
bepaalt dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan het adres [adres] te ( [postcode] ) [plaats] en beveelt mitsdien dat de man die woning verder niet mag betreden;
*
bepaalt dat de minderjarigen:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2016 te [geboorteplaats] , en
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2021 te [geboorteplaats] ,
aan de vrouw worden toevertrouwd;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
|
Deze beschikking is gegeven door mr. C. van Hees, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. M.I. Noordegraaf als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 27 november 2025. |