Civiel recht overig

Vervangende toestemming paspoort

Rechtbank Den Haag, 15 december 2025

Zaakgegevens

Op 15 december 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
15 december 2025
Datum publicatie
15 januari 2026
Zaaknummer
C/09/694189 / FA RK 25-8377
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Advocaat
mr. A.G. de Jong te ’s-Gravenhage.
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:26493
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vervangende toestemming paspoort

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige Kamer

Rekestnummer: FA RK 25-8377

Zaaknummer: C/09/694189

Datum beschikking: 15 december 2025

Paspoortwet

Beschikking op het op 31 oktober 2025 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres

advocaat: mr. A.G. de Jong te ’s-Gravenhage.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

- het verzoekschrift.

Op 9 december 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder met haar advocaat. De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

Feiten

- Partijen hebben een affectieve relatie gehad.

- Zij zijn de ouders van de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2019 te [geboorteplaats] .

- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over [de minderjarige] uit.

- [de minderjarige] heeft de hoofdverblijfplaats bij de moeder.

- De man en de vrouw hebben gezamenlijk het gezag over [de minderjarige] :

Verzoek en verweer

De moeder verzoekt vervangende toestemming te lenen voor het aanvragen van een nieuwe identiteitskaart voor [de minderjarige] , een en ander voor zover nodig met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De vader heeft geen verweer gevoerd.

Beoordeling

De identiteitskaart van [de minderjarige] is op 4 augustus 2025 verlopen. Om deze reden wil de moeder een nieuwe identiteitskaart voor [de minderjarige] aanvragen, maar dit lukt niet zonder de toestemming van de vader. De moeder is hiervoor eerder een procedure gestart, maar toen heeft de vader op het laatste moment toch nog zijn toestemming verleend. Uiteindelijk bleek dat de handtekening van de vader op het toestemmingsformulier niet overeenkwam met zijn handtekening op zijn paspoort, waardoor er geen nieuwe identiteitskaart voor [de minderjarige] kon worden aangevraagd. Hoewel de moeder de vader daarna meermaals heeft verzocht opnieuw een toestemmingsformulier in te vullen, heeft hij dit niet gedaan.

De rechtbank overweegt als volgt.

Ingevolge artikel 34, eerste lid, van de Paspoortwet wordt bij een aanvraag door of ten behoeve van een minderjarige een verklaring van toestemming overgelegd van iedere persoon die het gezag uitoefent. Blijkens het tweede lid van voormeld artikel kan, als bij de gezamenlijke gezagsuitoefening één van de personen die het gezag uitoefent weigert een verklaring van toestemming als bedoeld in het eerste lid af te geven, deze op verzoek van de andere persoon die het gezag uitoefent, worden vervangen door een verklaring van de bevoegde rechter, die alvorens te beslissen een vergelijk tussen beide personen beproeft. Ingevolge het vijfde lid van artikel 34 van de Paspoortwet geeft de rechter onder meer in de in het tweede lid bedoelde gevallen een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt.

De rechtbank acht het verzoek van de moeder in het belang van [de minderjarige] en zal daarom het verzoek tot vervangende toestemming voor de aanvraag van een identiteitskaart voor [de minderjarige] als niet weersproken en op de wet gegrond toewijzen.

Beslissing

De rechtbank:

verleent toestemming aan de moeder – welke toestemming die van de vader vervangt – ten behoeve van de aanvraag van een identiteitskaart van de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2019 te [geboorteplaats] ;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. C. de Jong-Kwestro, kinderrechter, bijgestaan door mr. A.J.A. Olthoff als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 december 2025.