Civiel recht overig

Afwijzing verzoek verbetering beschikking.

Rechtbank Den Haag, 22 december 2025

Zaakgegevens

Op 22 december 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
22 december 2025
Datum publicatie
22 januari 2026
Zaaknummer
C/09/692386 / FA RK 25-7385
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Advocaat
mr. M.S. Odink te ’s-Gravenhage
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:26908
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Afwijzing verzoek verbetering beschikking.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 25-7385

Zaaknummer: C/09/692386

Datum beschikking: 22 december 2025

Beschikking in de zaak van:

[de man] ,

de man,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. M.S. Odink te ’s-Gravenhage,

waarin als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vrouw] ,

de vrouw,

ingeschreven op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van het bericht van 20 november 2025 van de zijde van de man.

Verzoek en verweer

De man verzoekt de beschikking van 13 november 2025 aan te vullen, in die zin dat in het dictum wordt opgenomen dat de man het recht toekomt tot het aan hem doen afgeven van de kinderen, zo nodig met behulp van de sterke arm.

De vrouw is in de gelegenheid gesteld te reageren op voormeld verzoek. Zij heeft geen verweer gevoerd tegen het verzoek.

Beoordeling

Op grond van artikel 31 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) verbetert de rechter te allen tijde op verzoek van een partij of ambtshalve in zijn beschikking een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent.

De rechtbank is van oordeel dat er geen sprake is van een kennelijke fout die tot verbetering op de voet van artikel 31 Rv moet leiden. De man heeft verzocht om toevertrouwing van de kinderen en dit verzoek heeft de rechtbank toegewezen. De rechtbank heeft uit eigen beweging voor de duidelijkheid in de overwegingen opgemerkt dat op grond van artikel 821 vijfde lid juncto artikel 812 Rv van rechtswege is voorzien in het recht tot het doen afgeven van kinderen, zo nodig met behulp van de sterke arm. Nu uit de wet volgt dat de beschikking met behulp van de sterke arm ten uitvoer kan worden gelegd, hoeft hierover geen beslissing te worden genomen in het dictum. Daar komt bij dat de man ook niet heeft verzocht om hem te machtigen de beschikking ten uitvoer te leggen met behulp van de sterke arm.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het verzoek van de man afwijzen.

Beslissing

De rechtbank:

weigert de verzochte verbetering.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.D.A. Geleijns, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. C.P.E. van de Fliert-Verburg als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 december 2025.