Civiel recht overig

Rechtbank Den Haag · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig

Rechtbank Den Haag, 8 april 2026

Zaakgegevens

Op 8 april 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
8 april 2026
Datum publicatie
9 mei 2026
Zaaknummer
C/09/698783 / JE RK 26-171
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Advocaat
mr. A.W Morot te Amsterdam, mr. M.D. Verwoerd te ’s-Gravenhage
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:11189
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Herstelbeschikking

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige Kamer

Rekestnummer: JE RK 26-171

Zaaknummer: C/09/698783

Datum verbetering: 8 april 2026

Verbetering van een beschikking

Bijlage bij de beschikking van 27 maart 2026 , gegeven op 8 april 2026

in de zaak waarin op 27 maart 2026 een beschikking is gegeven en uitgesproken, op verzoek van:

de Raad voor de Kinderbescherming, Regio Haaglanden (hierna te noemen: de Raad),

waarin als belanghebbenden zijn aangemerkt:

[de vader],

hierna te noemen: de vader,

wonende op een voor de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. A.W. Morot te Amsterdam,

[de moeder],

hierna te noemen: de moeder,

wonende op een voor de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. M.D. Verwoerd te ’s-Gravenhage.

En waarin als informant is aangemerkt:

Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van het bericht van 30 maart 2026 van de gecertificeerde instelling.

Verzoek en verweer

In het bericht van 30 maart 2026 wordt gevraagd om een herstelbeschikking af te geven, nu in het dictum van de beschikking van 27 maart 2026 is vermeld dat de ondertoezichtstelling loopt tot 27 maart 2026, terwijl dit 27 maart 2027 moet zijn.

Omdat de schrijffout in de beschikking evident is en het in het belang van de kinderen is om deze schrijffout zo spoedig mogelijk te herstellen, is aan partijen geen gelegenheid geboden te reageren op het verzoek van de gecertificeerde instelling.

Beoordeling

De kinderrechter stelt vast dat in het dictum een verkeerde datum is vermeld, nu in het lichaam van de beschikking is overwogen dat de ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar wordt uitgesproken.

Nu gebleken is dat de beschikking van 27 maart 2026 een kennelijke, ook voor partijen kenbare en voor eenvoudig herstel vatbare schrijffout bevat, dient die beschikking op grond van artikel 31 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering te worden verbeterd zoals hierna weergegeven.

Beslissing

De rechtbank:

verbetert voormelde beschikking van 27 maart 2026 in die zin dat het dictum komt te luiden:

De rechtbank:

stelt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] van 27 maart 2026 tot 27 maart 2027 onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden;

verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.

handhaaft de beschikking van 27 maart 2026 voor het overige.

De beschikking van 27 maart 2026 is hersteld door mr. A. Emmens, kinderrechter, bijgestaan door mr. M. Meijer als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 8 april 2026.