Civiel recht overig

Rechtbank Den Haag · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig

Rechtbank Den Haag, 21 juli 2026

Zaakgegevens

Op 21 juli 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
21 juli 2026
Datum publicatie
27 juli 2026
Zaaknummer
11735502 RL EXPL 25 - 10573
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:21044
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Luchtvaartzaak.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Kantonrechter, zittingsplaats 's-Gravenhage

CB/c

Rolnummer: 11735502 / RL EXPL 25 - 10573

21 juli 2026

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

1 [eisende partij 1] , wonende te [woonplaats 1] ,

2. [eisende partij 2], wonende te [woonplaats 1] ,

3. [eisende partij 3], wonende te [woonplaats 2] ,

4. [eisende partij 4], wonende te [woonplaats 2] ,

5. [eisende partij 5], wonende te [woonplaats 2] ,

6. [eisende partij 6], wonende te [woonplaats 3] ,

7. [eisende partij 7], wonende te [woonplaats 3] ,

8. [eisende partij 8], wonende te [woonplaats 4] ,

9. [eisende partij 9], wonende te [woonplaats 4] ,

10. [eisende partij 10], wonende te [woonplaats 5] ,

11. [eisende partij 11], wonende te [woonplaats 5] ,

eisende partijen,

hierna gezamenlijk te noemen: [eisers] c.s. of de passagiers,

gemachtigde: mr. R. Bos (ProBe-ASP B.V.),

tegen

de besloten vennootschap TUI Airlines Nederland B.V.,

(statutair) gevestigd te Rijswijk,
gedaagde partij,

hierna te noemen: TUI,

gemachtigden: mr. M. Lustenhouwer (AKD).

1 Het procesverloop

1.1

De kantonrechter heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

  • de dagvaarding van 2 mei 2025 met zes producties (nrs. 1 tot en met 6);

  • de conclusie van antwoord van 6 augustus 2025 met twee producties (nrs. 1 en 2);

  • de conclusie van repliek van 14 oktober 2025 met drie producties (nrs. 5 tot en met 7);

  • de conclusie van dupliek van 28 april 2026.

1.2

Bij brief van 29 mei 2026 heeft de griffie partijen op de hoogte gesteld dat de kantonrechter op 21 juli 2026 vonnis zal wijzen. Partijen hebben zich daarop niet gemeld met het verzoek tot het houden van een mondelinge behandeling, zodat op basis van de gewisselde processtukken vonnis zal worden gewezen.

1.3

Het vonnis wordt vandaag uitgesproken.

2 De feiten

2.1

[eisers] c.s. hadden een boeking voor TUI-vlucht OR 1051 van Amsterdam-Schiphol Airport naar Skiathos Airport (Griekenland) respectievelijk Kefalonia Airport (Griekenland) op 5 mei 2023.

2.2

De oorspronkelijke vluchttijden van vlucht OR 1051 op 5 mei 2023 waren:

Vertrek Aankomst

Amsterdam 05:13 uur

Skiathos 09:50 uur 09:35 uur

Kefalonia 10:10 uur 10:45 uur

Amsterdam 14:10 uur

2.3

Vlucht OR 1051 betrof een rotatievlucht Amsterdam – Skiathos – Kefalonia – Amsterdam.

2.4

[eisers] c.s. zijn met een vertraging van meer dan 23 uur op Skiathos resp. Kefalonia gearriveerd.

3 De vordering

3.1

[eisers] c.s. vorderen bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, (I) TUI te veroordelen tot betaling van het bedrag ad € 5.200,00 te vermeerderen met de wettelijke rente ex art. 6:119 BW te rekenen vanaf de dag annulering van de vlucht, althans vanaf de datum van de ingebrekestelling dan wel vanaf de datum van betekening van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening; (II.) TUI te veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke kosten begroot op € 635,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over de buitengerechtelijke incassokosten, te rekenen vanaf de datum van de ingebrekestelling dan wel vanaf de datum van betekening van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening; (III.) TUI te veroordelen in de kosten van het geding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na de betekening van het te wijzen vonnis tot aan de dag der algehele voldoening; (IV.) TUI te veroordelen in de nakosten van het te wijzen vonnis.

3.2

Aan hun vordering leggen [eisers] c.s. ten grondslag dat Europese regelgeving en jurisprudentie, meer in het bijzonder de EU-verordening 261/2004 (hierna; ‘de Verordening’) en (onder meer) de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 22 december 2008 (C-549/07, Wallentin-Hermann-arrest), van 19 november 2009 (C-402/07, Sturgeon-arrest) hen recht geven op een vergoeding van € 400,00 per persoon in verband met de vertraging van hun vlucht van Amsterdam-Schiphol Airport naar Skiathos Airport (Griekenland) respectievelijk Kefalonia Airport (Griekenland) op 5 mei 2023.

4 Het verweer

4.1

TUI voert gemotiveerd verweer tegen de vordering van [eisers] c.s. Het verweer houdt in dat bij de uitvoering van de vlucht een vertraging is ontstaan als gevolg van buitengewone omstandigheden, die ondanks het treffen van redelijke maatregelen niet voorkomen had kunnen worden in de zin van artikel 5 lid 3 van de Verordening. Hierdoor is TUI niet gehouden de passagiers een vergoeding te betalen.

5 De beoordeling

5.1

De Verordening en de daarop gebaseerde jurisprudentie beoogt de passagier als consument van door een luchtvaartmaatschappij aangeboden diensten bescherming te bieden tegen annulering van vluchten en de met annulering gelijkgestelde vertragingen, die een bepaalde tijdsduur overschrijden. Deze bescherming vertaalt zich in bepaalde gefixeerde schadevergoedingen en andere verplichtingen, zoals verzorging en, indien aan de orde, overnachtingen. Als uitgangspunt is de luchtvaartmaatschappij gehouden een bepaalde aan de vluchtafstand gerelateerde vergoeding aan de passagier te betalen in geval van een annulering van een vlucht of een vertraging van meer dan drie uur. Deze verplichting lijdt uitzondering, indien de luchtvaartmaatschappij zich met succes op een bijzondere omstandigheid kan beroepen, die als oorzaak voor de vertraging heeft te gelden.

5.2

Met TUI is de kantonrechter van oordeel dat de dagvaarding deels onbegrijpelijk en deels verwarrend is. Voor zover de dagvaarding verwarrend is komt dat voor rekening van de (betreffende) passagiers. Zo wordt in de punten 1.1 vermeld dat passagiers [eisende partij 5] en [eisende partij 6] een vordering van hun minderjarige kinderen met Lufthansa aan zichzelf hebben gecedeerd. Uit de aanhef van de dagvaarding blijkt dat [eisende partij 5] gehuwd is met passagier [eisende partij 4] , dus [eisende partij 6] kan geen wettelijk vertegenwoordiger van de kinderen van [eisende partij 5] zijn. Het kan zijn dat (de minderjarige kinderen) van [eisende partij 5] en [eisende partij 4] ook een vlucht hebben gemaakt met Lufthansa, maar die vlucht is geen onderwerp van deze procedure. De vordering van de twee minderjarige kinderen zal hoe dan ook worden afgewezen.

5.3

Gelet op de uiteenzetting door TUI over de achtergrond is de dagvaarding onbegrijpelijk, omdat in punt 2.3 wordt gesteld dat de vlucht is geannuleerd, terwijl in feite sprake was van een vertraging. Anders dan dat wordt gesteld dat de passagiers op 5 mei 2023 met vlucht OR 1051 vervoerd zouden worden van Amsterdam naar Skiathos (punt 2.2), dat deze vlucht is uitgeweken naar een andere luchthaven (punt 2.3) en dat zij met een vertraging van meer dan drie uur zijn aangekomen (punt 2.4) geeft de dagvaarding geen verdere feitelijke achtergronden. Terwijl toch in artikel 21 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering staat dat partijen de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. Tenminste kan de vraag gesteld worden of de in de punten 2.2 tot en met 2.4 genoemde summiere feiten de relevatie feiten volledig weergeven.

5.4

De achtergrond van de vertraging van vlucht OR 1051, zoals blijkt uit het verweer van TUI is de volgende. Vlucht OR 1051, een rotatievlucht van Amsterdam via Skiathos en Kefalonia en weer terug naar Amsterdam is op 5 mei 2023 vrijwel volgens schema-vertrektijd uit Amsterdam vertrokken. Bij nadering van de luchthaven van Skiathos bleek de landingsbaan als gevolg van regen nat. In verband met de remweg als gevolg van de regen en de lengte van de landingsbaan is het vliegtuig uitgeweken naar Athene. Daar is gewacht op betere omstandigheden. Vervolgens is besloten vanuit Athene eerst de luchthaven van Kefalonia aan te doen, om daar de passagiers voor Kefalonia af te zetten. Het vliegtuig is vervolgens de daaropvolgende nacht in Kefalonia, enerzijds omdat de luchthaven van Skiathos een nachtsluiting kent en anderzijds omdat de bemanning van het vliegtuig een verplichte rusttijd in acht moest nemen. De volgende dag is het vliegtuig eerst van Kefalonia naar Skiathos gevlogen, vandaar weer terug naar Kefalonia en uiteindelijk retour naar Amsterdam.

5.5

Vervolgens verwijten de passagiers in hun conclusie van repliek dat TUI heeft verzuimd om al deze omstandigheden met stukken te onderbouwen. Daarbij verliezen zij kennelijk uit het oog dat zij zelfs nauwelijks enige relevante feiten naar voren hebben gebracht, laat staan deze te onderbouwen. De kantonrechter trekt daaruit de conclusie dat tegenover de zeer summiere onderbouwing door de passagiers TUI gemotiveerd de voor de beoordeling relevante gegevens heeft beschreven. Dat betekent dat van hetgeen TUI aan feiten gesteld heeft in deze procedure verder kan worden uitgegaan.

5.6

Dan rest in feite in deze procedure nog slechts de vraag of TUI zich terecht op buitengewone omstandigheden kan beroepen. De vertraging is begonnen met het gegeven dat het vliegtuig niet in Skiathos kon landen wegens de combinatie van regen en een korte landingsbaan. De passagiers hebben dat niet gemotiveerd betwist, dus daarmee staat vast dat de vlucht is vertraagd als gevolg van een buitengewone omstandigheid.

5.7

Tenslotte is het nog de vraag of TUI alles in het werk heeft gesteld om de vertraging te beperken. In hun conclusie van repliek zeggen zij eigenlijk (in punt 13) niet meer dan dat TUI dat niet gedaan heeft. Daarbij stellen zij dat de bewijslast op TUI rust, maar daarmee miskennen zij eens te meer, dat TUI concrete omstandigheden naar voren heeft gebracht en in dat licht kunnen de passagiers niet volstaan met een enkele ontkenning en verwijzing naar de bewijslast. In procedures als deze komt bewijsvoering pas aan de orde als beide partijen aan hun stelplicht hebben voldaan.

5.8

In het licht van het voorgaande staat dus in deze procedure ook vast dat TUI alles heeft gedaan om de vertraging voor de passagiers te beperken. De vordering van de passagiers zal afgewezen worden en de passagiers zullen als de in het ongelijk gestelde partijen in de proceskosten, waaronder de nakosten, aan de zijde van TUI worden veroordeeld, als na te melden.

5 De beslissing

De kantonrechter:

- wijst de vordering van [eisers] c.s. af;

- veroordeelt [eisers] c.s. in de proceskosten aan de zijde van TUI, begroot op
€ 864,00, waaronder € 720,00 gemachtigden salaris een bedrag van € 144,00 aan nakosten;

- verklaart dit vonnis ten aanzien van de proceskostenveroordeling van [eisers] c.s. uitvoerbaar bij voorraad;

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. C.W.D. Bom en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 juli 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.