Civiel recht overig

Vaststelling staatloosheid. Relevante landen: Palestijnse Gebieden.

Rechtbank Den Haag, 15 juli 2026

Zaakgegevens

Op 15 juli 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
15 juli 2026
Datum publicatie
15 augustus 2026
Zaaknummer
C/09/696057 / HA RK 25-725
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Advocaat
mr. E.G. Grigorjan in ’s-Hertogenbosch.
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:22834
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vaststelling staatloosheid. Relevante landen: Palestijnse Gebieden.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige Kamer

Rekestnummer: HA RK 25-725

Zaaknummer: C/09/696057

Datum beschikking: 15 juli 2026

Vaststelling van staatloosheid

Beschikking op het op 8 december 2025 ingekomen verzoekschrift van:

[verzoeker] ,
verzoeker,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. E.G. Grigorjan in ’s-Hertogenbosch.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

DE STAAT DER NEDERLANDEN,

Ministerie van Justitie en Veiligheid, Immigratie- en Naturalisatiedienst, hierna: de Staat,

zetelende in ’s-Gravenhage,

vertegenwoordigd door: mr. S. Deniz.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

  • het verzoekschrift, met bijlagen;

  • het bericht van 7 april 2026 van de Staat;

  • het e-mailbericht van 22 april 2026 van verzoeker, met bijlagen;

  • het bericht van 21 mei 2026 van de Staat;

  • het e-mailbericht van 21 mei 2026 van verzoeker;

  • het e-mailbericht van 2 juni 2026 van verzoeker;

  • het bericht van 26 juni 2026 van verzoeker.

Omdat het advies van de Staat overeenstemt met dat wat door verzoeker is verzocht, heeft de rechtbank aanleiding gezien om zonder mondelinge behandeling op het verzoek te beslissen. Partijen hebben hiermee ingestemd.

Feiten

De volgende feiten blijken uit het dossier:

  • Verzoeker is geboren op [geboortedatum] 1998 in Gaza.

  • Verzoeker heeft tot 2024 in Gaza gewoond.

  • Verzoeker is op 14 augustus 2025 Nederland ingereisd en heeft op die datum asiel aangevraagd.

  • Bij beschikking van 24 november 2025 is aan verzoeker een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd verleend van 14 augustus 2025 tot 14 augustus 2030.

  • Verzoeker is in het bezit van de volgende documenten:

  • een origineel paspoort;

  • een originele identiteitskaart;

  • een originele geboorteakte;

  • een kopie van het uittreksel van het geboorteregister van de Palestijnse Autoriteiten;

  • een kopie van de UNRWA familiekaart.

  • In het paspoort van verzoeker is hij vermeld als [verzoeker]

  • Het paspoort, de identiteitskaart en de geboorteakte zijn onderzocht op echtheid door Bureau Documenten van de IND en positief beoordeeld.

Verzoek en het advies van de Staat

Verzoeker verzoekt vast te stellen dat hij staatloos is.

De Staat heeft in de loop van de procedure geadviseerd om het verzoek toe te wijzen.

Beoordeling

Vaststelling staatloosheid

Juridisch kader

Het verzoek is gebaseerd op artikel 2 van de Wet van 7 juni 2023, houdende regels met betrekking tot de vaststelling van staatloosheid, Staatsblad 2023, 230 (Wet vaststellingsprocedure staatloosheid, hierna: Wvs).

Op grond van lid 1 van genoemd artikel kan een ieder die, buiten een bij enige rechterlijke instantie aanhangige zaak, daarbij onmiddellijk belang heeft en in Nederland zijn woonplaats of gewone verblijfplaats heeft, bij deze rechtbank een verzoek indienen tot vaststelling van zijn staatloosheid. Het verzoek kan ook strekken tot de vaststelling dat de betrokkene op een bepaald tijdstip staatloos was. De rechtbank stelt op grond van lid 2 van dit artikel de staatloosheid vast, indien haar niet is gebleken dat de betrokkene door enige staat, krachtens diens wetgeving, als onderdaan wordt beschouwd.

Ontvankelijkheid

De rechtbank stelt vast dat verzoeker in Nederland woont. Verder is niet in geschil dat verzoeker onmiddellijk belang heeft bij het verzoek tot vaststelling van staatloosheid, zodat hij ontvankelijk is in zijn verzoek.

Relevante landen

Gelet op de overgelegde stukken, zal de rechtbank alleen de Palestijnse Gebieden bij de beoordeling van het verzoek tot vaststelling van de staatloosheid van verzoeker betrekken. De rechtbank heeft geen aanwijzingen dat verzoeker een andere nationaliteit kan hebben verkregen.

Wordt verzoeker als onderdaan van de Palestijnse Gebieden beschouwd?

Gelet op de door verzoeker overgelegde stukken, waarvan de originele documenten door Bureau Documenten van de IND zijn onderzocht op echtheid en positief zijn beoordeeld, is het aannemelijk dat verzoeker van Palestijnse afkomst is.

Voor zover verzoeker de Palestijnse nationaliteit heeft, geldt het volgende. Uit het Algemeen Ambtsbericht Palestijnse Gebieden van april 2022 van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en de Werkinstructie 2020/19 Palestijnen volgt dat Nederland de staat Palestina, en dus ook de Palestijnse nationaliteit, niet erkent. Voor Nederland gelden Palestijnen uit de Palestijnse gebieden die geen andere nationaliteit hebben daarom als staatloos.

Conclusie

De rechtbank stelt, gelet op al het voorgaande, de staatloosheid van verzoeker vast.

Beslissing

De rechtbank:

stelt vast dat verzoeker staatloos is.

Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Boone, rechter, in tegenwoordigheid van

mr. S. Sluijmer als griffier en uitgesproken op de openbare zitting van 15 juli 2026.

Tweede Kamer, vergaderjaar 2020-2021, 35 687, nr. 3, pagina 42.