Civiel recht overig

Rechtbank Den Haag · Kort geding · Civiel recht overig

Rechtbank Den Haag, 1 augustus 2023

Zaakgegevens

Op 1 augustus 2023 heeft de Rechtbank Den Haag in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
1 augustus 2023
Datum publicatie
7 augustus 2023
Zaaknummer
C/09/649587 / KG ZA 23-520
Procedure
Kort geding
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2023:11741
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HERSTELVONNIS.

ZIE OOK ECLI:NL:RBDHA:2023:11740

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter

Zaak- / rolnummer: C/09/649587 / KG ZA 23-520

Bijlage bij het vonnis van 31 juli 2023, gewezen op 1 augustus 2023

VERBETERING van een vonnis

in de zaak van

[eiseres] te [plaats] ,

eiseres,

advocaat mr. W.A. van Sambeek te Amsterdam,

tegen:

[gedaagde] te [plaats] ,

gedaagde,

advocaat mr. H.J. Bakker te Leiden.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het e-mailbericht van 31 juli 2023 van de zijde van [eiseres] ;

- het e-mailbericht van 31 juli 2023 van de zijde van [gedaagde] .

2 De beoordeling

2.1.

In het e-mailbericht van [eiseres] wordt melding gemaakt van twee verschrijvingen in dictum van het vonnis van 31 juli 2023. De twee verwijzingen in 5.2 van het dictum naar rechtsoverweging 4.11 moeten volgens [eiseres] verwijzingen naar rechtsoverweging 4.12 zijn.

2.2.

De wederpartij heeft in reactie op voormeld bericht verklaard dat hij akkoord gaat met het aanpassen van het vonnis van 31 juli 2023.

2.3.

Nu gebleken is dat het vonnis van 31 juli 2023 een kennelijke, ook voor partijen kenbare en voor eenvoudig herstel vatbare verschrijving bevat in de zin van artikel 31 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, dient dit vonnis te worden verbeterd zoals hierna weergegeven.

3 De beslissing

De voorzieningenrechter:

3.1.

verbetert voormeld vonnis van 31 juli 2023 in die zin dat 5.2 van de beslissing komt te luiden:

5.2.

veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na de betekening van dit vonnis de kosten van dit geding aan [eiseres] te betalen, tot dusverre aan de zijde van [eiseres] begroot op € 1.522,14, waarvan € 1.079,-- aan salaris advocaat, € 314,-- aan griffierecht en € 129,14 aan dagvaardingskosten, te vermeerderen met nakosten zoals vermeld in 4.12, en bepaalt dat [gedaagde] bij gebreke van tijdige betaling de wettelijke rente over de proceskosten en de nakosten verschuldigd is, op de wijze zoals onder 4.12 vermeld;

3.2.

handhaaft het vonnis van 31 juli 2023 voor het overige;

3.3.

bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum 1 augustus 2023 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 31 juli 2023.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Vetter en in het openbaar uitgesproken op 1 augustus 2023.

ts