Civiel recht overig
Rechtbank Den Haag · Verschoning · Civiel recht overig
Rechtbank Den Haag, 22 juli 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:20750 · Rechtbank Den Haag · 22 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/civiel-recht/civiel-recht-overig/verschoning/ecli-nl-rbdha-2026-20750
Zaakgegevens
Op 22 juli 2026 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 22 juli 2026
- Datum publicatie
- 24 juli 2026
- Zaaknummer
- C/09/709533 / KG RK 26-1104
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- VerschoningVerschoningEen rechter trekt zich zelf terug uit een zaak, omdat zijn onpartijdigheid in het geding kan komen.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:20750
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verschoning toegewezen
Uitspraak
Rechtbank den haag
Verschoningskamer
Verschoningsnummer: 2026/16
Zaak-/rekestnummer: C/09/709533 / KG RK 26-1104
Beslissing van 22 juli 2026
van de meervoudige verschoningskamer van de rechtbank op het verzoek van
mr. A.S. Perniciaro,
rechter in de rechtbank Den Haag,
hierna de rechter,
belast met de behandeling van de hoofdzaak met kenmerk C/09/707583 FA RK 26-6273 betreffende de minderjarige:
[naam 1] .
Als belanghebbenden zijn aangemerkt: [naam 2] (zijn moeder) en [naam 3] (zijn vader).
1 Het verschoningsverzoek
Het verschoningsverzoek van de rechter is gedaan op 17 juli 2026.
Een verschoningsverzoek hoeft, anders dan een wrakingsverzoek, niet ter terechtzitting te worden behandeld. Het verzoek is daarom niet ter zitting behandeld.
De rechter heeft het verschoningsverzoek erop gebaseerd dat er een zakelijk verband bestond tussen de familie van een procespartij en de rechter.
2 De beoordeling
Uitgangspunt is dat een rechter op grond van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn. Uitzonderlijke omstandigheden kunnen een aanwijzing opleveren dat een rechter ten opzichte van een partij vooringenomen is of dat daarvoor een terechte vrees bestaat. Ook de uiterlijke schijn kan daarbij een rol spelen.
Gelet op hetgeen de rechter heeft aangevoerd, is het verschoningsverzoek terecht ingediend. Zo wordt de schijn van partijdigheid vermeden. Het verzoek zal dus worden toegewezen. Dit betekent dat de behandeling van de hoofdzaak door een andere rechter moet worden overgenomen.
3 De beslissing
De verschoningskamer:
wijst het verzoek tot verschoning toe;
bepaalt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond op het moment dat verschoningsverzoek werd ingediend;
beveelt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan:
* de rechter;
* de vader en de moeder van de minderjarigen (de belanghebbenden).
Deze beslissing is genomen in raadkamer op 22 juli 2026 door mrs. S.M. Krans,
E.E. Schotte en E.A.W. Schippers, in tegenwoordigheid van de griffier.