Civiel recht overig

Is er rechtsgeldig vertegenwoordigd?

Rechtbank Dordrecht, 13 oktober 2003

Zaakgegevens

Op 13 oktober 2003 heeft de Rechtbank Dordrecht in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
13 oktober 2003
Datum publicatie
4 april 2013
Zaaknummer
116837 CV 141/3
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDOR:2003:AM3303
E-mail

Samenvatting

Is er rechtsgeldig vertegenwoordigd?

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Kenmerk: 116837 CV 141/03

T.42.141.2

Vonnis van de kantonrechter te Gorinchem van 13 oktober 2003 in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres]

gevestigd te [...],

tegen :

1. Gedaagde 1

2. Gedaagde 2 (vereniging met volledige rechtsbevoegdheid)

gedaagden.

Partijen worden aangeduid als [eiseres], [gedaagde 1] en [gedaagde 2], vereniging met volledige rechtsbevoegdheid]

Verloop van de procedure

De kantonrechter wijst vonnis op de volgende processtukken:

1. de dagvaardingen van 10 en 20 januari 2003;

2. de conclusie van antwoord van [gedaagde 1];

3. de conclusie van antwoord van [gedaagde 2], vereniging met volledige rechtsbevoegdheid];

4. de conclusie van repliek;

5. de conclusie van dupliek van [gedaagde 1];

6. de conclusie van dupliek van [gedaagde 2], vereniging met volledige rechtsbevoegdheid];

7. de overgelegde producties.

Omschrijving van het geschil

1. Tussen partijen staat het volgende vast.

Op 20 juni 2002 heeft [eiseres] per fax een offerte gestuurd aan [gedaagde 2], vereniging met volledige rechtsbevoegdheid] bestemd voor [gedaagde 1] terzake van de verhuur van 1000 stoelen voor een prijs van € 2.707,25 inclusief BTW.,--. De stoelen waren bestemd voor een vergadering op 4 juli 2002. Diezelfde dag heeft [gedaagde 1] de offerte voor akkoord getekend onder de tekst: "voor akkoord [gedaagde 2], vereniging met volledige rechtsbevoegdheid] ".

[eiseres] heeft de stoelen op 4 juli 2002 naar het opgegeven adres gebracht en 's-avonds weer opgehaald.

Op 5 juli 2002 heeft [eiseres] een factuur gestuurd naar het door [gedaagde 1] opgegeven adres. Dit adres (het huisadres van [gedaagde 1]) had [gedaagde 1] opgegeven in een handgeschreven faxbericht, waar het logo van [gedaagde 2], vereniging met volledige rechtsbevoegdheid] (niet het adres en telefoonnummer e.d. van [gedaagde 2], vereniging met volledige rechtsbevoegdheid]) op staat vermeld.

De factuur is niet betaald.

2. [eiseres] vordert dat bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,

I. primair [gedaagde 2], vereniging met volledige rechtsbevoegdheid], subsidiair [gedaagde 1], wordt veroordeeld tot betaling van € 2.707,25 aan [eiseres] vermeerderd met de wettelijke rente vanaf acht dagen na de factuurdatum;

II. kosten rechtens, met bepaling dat de wettelijke rente over proceskosten is verschuldigd vanaf acht dagen na het te wijzen vonnis.

Aan de vordering legt [eiseres] ten grondslag:

primair nakoming (betaling van de factuur) door haar wederpartij [gedaagde 2], vereniging met volledige rechtsbevoegdheid];

subsidiair (-indien van een volmacht aan [gedaagde 1] geen sprake is en [eiseres] niet mocht vertrouwen op het bestaan van die volmacht-) instaan voor de volmacht of onrechtmatig handelen, op grond waarvan [gedaagde 1] [eiseres] schadeloos dient te stellen.

3. Gedaagden betwisten de vordering.

Beoordeling van het geschil

In het geschil tegen [gedaagde 2], vereniging met volledige rechtsbevoegdheid]

4. Vast staat dat [gedaagde 1] niet volgens de statuten of reglement van [gedaagde 2], vereniging met volledige rechtsbevoegdheid] gerechtigd was [gedaagde 2], vereniging met volledige rechtsbevoegdheid] te vertegenwoordigen.

5. [eiseres] stelt bij dagvaarding dat er een volmacht is, hetgeen [gedaagde 2], vereniging met volledige rechtsbevoegdheid] gemotiveerd heeft betwist (antwoord 2 a t/m g), onder andere door aan te voeren dat [gedaagde 1] wel om een volmacht heeft gevraagd, maar dat hij geen financiële onderbouwing van zijn plannen heeft gegeven, zodat [gedaagde 2], vereniging met volledige rechtsbevoegdheid] de gevraagde toestemming niet heeft gegeven. [eiseres] heeft deze omstandigheid niet betwist, zodat als onvoldoende betwist tussen [eiseres] en [gedaagde 2], vereniging met volledige rechtsbevoegdheid] vaststaat dat [gedaagde 1] niet beschikte over een toereikende volmacht als bedoeld in art. 3:60 BW.

6. Indien [eiseres] niettemin op grond van verklaringen of gedragingen van [gedaagde 2], vereniging met volledige rechtsbevoegdheid] heeft aangenomen en onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijs mocht aannemen dat een toereikende volmacht was verleend, kan [gedaagde 2], vereniging met volledige rechtsbevoegdheid] op de onjuistheid van deze veronderstelling geen beroep doen (art. 3:61 lid 2 BW). In dat geval is [gedaagde 2], vereniging met volledige rechtsbevoegdheid] toch gebonden aan de door [gedaagde 1] namens haar gesloten overeenkomst.

7. In beginsel zijn slechts de omstandigheden voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst (20 juni 2002) van belang bij de beoordeling of [eiseres] er op mocht vertrouwen dat [gedaagde 1] namens [gedaagde 2], vereniging met volledige rechtsbevoegdheid] mocht handelen. [eiseres] stelt niet dat [gedaagde 2], vereniging met volledige rechtsbevoegdheid] voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst zich zodanig heeft uitgelaten of gedragen dat [eiseres] redelijkerwijs mocht aannemen dat [gedaagde 1] een volmacht had als hiervoor bedoeld. [eiseres] is uitsluitend afgegaan op de beweringen van [gedaagde 1], zonder bewijs te verlangen van de veronderstelde volmacht. [gedaagde 2] vereniging met volledige rechtsbevoegdheid] kan zich dus beroepen of de onjuistheid van de onjuiste veronderstelling van [eiseres] dat [gedaagde 1] vertegenwoordigingsbevoegd was.

8. [eiseres] voert nog aan, dat [gedaagde 2], vereniging met volledige rechtsbevoegdheid] heeft aangeboden € 541,45 te betalen. Anders dan [eiseres] kennelijk meent, kan hieruit niet worden afgeleid dat [gedaagde 2], vereniging met volledige rechtsbevoegdheid] daarmee in zoverre de onbevoegd gesloten rechtshandeling bedoelt te bekrachtigen. Uit de brief waarin het aanbod wordt gedaan, blijkt duidelijk dat [gedaagde 2], vereniging met volledige rechtsbevoegdheid] dit voorstel heeft gedaan ter finale kwijting om de zaak in der minne te regelen, hetgeen niet als een bekrachtiging in de zin van art. 3:69 lid 1 BW kan worden aangemerkt. Het aanbod is niet geaccepteerd en heeft bij de beoordeling van dit geschil geen betekenis.

9. De vordering tegen [gedaagde 2], vereniging met volledige rechtsbevoegdheid] moet worden afgewezen.

In het geschil tegen [gedaagde 1].

10. [eiseres] stelt in deze procedure, zo begrijpt de kantonrechter, dat geen sprake is van een toereikende volmacht of een schijn van een toereikende volmacht. In beginsel dient [gedaagde 1] in te staan voor het bestaan en de omvang van de volmacht (art. 3:70 BW). Blijkt de volmacht te ontbreken, dan is [gedaagde 1] in beginsel gehouden [eiseres] schadeloos te stellen, hetgeen in deze procedure neerkomt op betaling van het factuurbedrag.

11. [gedaagde 1] stelt zich op het standpunt dat [gedaagde 2], vereniging met volledige rechtsbevoegdheid], bij monde van de heer [...] en [...], hem toestemming heeft gegeven de nodige organisatorische werkzaamheden uit te voeren en daartoe contracten aan te gaan en [gedaagde 2], vereniging met volledige rechtsbevoegdheid] de factuur dient te betalen. Hij dient deze stelling te bewijzen.

Beslissing

De kantonrechter:

In de procedure tussen [eiseres] en [gedaagde 1]:

laat [gedaagde 1] toe te bewijzen dat:

[gedaagde 2], vereniging met volledige rechtsbevoegdheid] hem een zodanige volmacht heeft gegeven, dat hij gerechtigd was namens [gedaagde 2], vereniging met volledige rechtsbevoegdheid] voor de bijeenkomst van 4 juli 2002 1000 stoelen te huren voor de prijs van € 2.707,25 inclusief BTW;

verwijst de zaak naar de openbare terechtzitting van 27 oktober 2003 te 10.30 uur voor de vaststelling van een datum waarop de eventuele getuigen zullen worden gehoord;

bepaalt dat de kantonrechter geen nader uitstel zal toestaan;

verzoekt gedaagde uiterlijk op voormelde zitting schriftelijk opgave te doen van de getuigen die hij wil laten horen, onder vermelding van naam en woonplaats;

verzoekt beide partijen hun verhinderdata eveneens uiterlijk op voormelde zitting schriftelijk mede te delen;

In beide procedures:

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.C. Halk, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 oktober 2003, in aanwezigheid van de griffier