Civiel recht overig

Appartementsrecht. Eiser, één van de appartementseigenaars, spreekt gedaagde, de administrateur/enig…

Rechtbank Dordrecht, 16 november 2006

Zaakgegevens

Op 16 november 2006 heeft de Rechtbank Dordrecht in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
16 november 2006
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
181480 CV EXPL 06-3441
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDOR:2006:AZ2547
E-mail

Samenvatting

Appartementsrecht. Eiser, één van de appartementseigenaars, spreekt gedaagde, de administrateur/enig bestuurder, aan op het niet laten aanpassen van de opstalverzekering nu volgens eerstgenoemde sprake is van onderverzekering. Het is aan de vergadering van eigenaars om een besluit te nemen over het al dan niet laten wijzigen van het bedrag van de verzekering. Aangezien de vergadering geen beslissing hieromtrent heeft genomen, is gedaagde niet in gebreke met het uitvoeren van enig besluit. Afgezien van het feit dat de vergadering van eigenaars niet heeft ingestemd met het laten uitvoeren van een taxatie door eiser, is gedaagde niet persoonlijk gehouden taxatiekosten te vergoeden.

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector kanton

Locatie Dordrecht

kenmerk: 181480 CV EXPL 06-3441

vonnis van de kantonrechter te Dordrecht van 16 november 2006

in de zaak van:

[naam],

wonende te [woonplaats],

eiser,

zelf procederende

tegen:

[naam],

in zijn hoedanigheid van gevolmachtigd voorzitter, secretaris en penningmeester van de Vereniging van Eigenaars van het gebouw [naam] te [plaatsnaam] alsmede als persoon,

wonende te [adres],

gedaagde,

zelf procederende.

Verloop van de procedure

De kantonrechter wijst vonnis op de volgende processtukken:

1. de dagvaarding van 13 juni 2006;

2. de conclusie van antwoord;

3. de conclusie van repliek;

4. de conclusie van dupliek;

5. de akte houdende uitlating producties aan zijde eiser,

6. de overgelegde producties.

Omschrijving van het geschil

Als gesteld door de ene partij en niet, althans in onvoldoende mate, weersproken door de andere partij, wordt van het volgende uitgegaan.

Eiser is sinds 16 september 1996 eigenaar van het appartementsrecht van [adres] te [plaatsnaam] en derhalve van rechtswege lid van de Vereniging van Eigenaars van het [naam] te [plaatsnaam], hierna te noemen ‘de VvE.’ Gedaagde is de enig bestuurder van de VvE.

Eiser heeft aan gedaagde als bestuurder van de VvE kenbaar gemaakt dat het gebouw zijns inziens voor een te laag bedrag aan herbouwwaarde is verzekerd. De VvE heeft op 29 augustus 2005 een vergadering gehouden met als onderwerp de opstalverzekering. Op deze vergadering is geen besluit genomen met betrekking tot de opstalverzekering.

Eiser heeft vervolgens zelf de herbouwwaarde van het gebouw door HDS Groep B.V. te Amsterdam laten taxeren.

Tot zover de vaststaande feiten.

Eiser vordert in deze procedure gedaagde in diens hoedanigheid van bestuurder van de VvE te veroordelen het splitsingsreglement van de VvE, met name en vooral artikel 26, na te komen, alsmede de taxatiekosten en de bijkomende kosten ten bedrage van € 453,42 te betalen, op verbeurte van een dwangsom. Voorts vordert eiser gedaagde als persoon te veroordelen in de proceskosten.

Eiser voert hiervoor aan dat gedaagde in gebreke is te voldoen aan het reglement van splitsing van eigendom, waardoor eiser kosten heeft moeten maken.

Gedaagde voert als verweer aan dat een opstalverzekering is afgesloten bij Delta Lloyd, waarin een clausule van indexering van de waarde van het pand is opgenomen. Gedaagde voert aan dat er geen sprake is van onderverzekering. Gedaagde betwist voorts persoonlijk aansprakelijk te zijn voor de taxatiekosten die eiser heeft gemaakt, zonder toestemming van de vergadering van eigenaars. Tevens voert gedaagde aan dat voor belangrijke beslissingen het mandaat van de vergadering is vereist.

Beoordeling van het geschil

De gezamenlijke eigenaars van de appartementsrechten worden vertegenwoordigd door de VvE. Gedaagde dient als administrateur, de enig bestuurder van de VvW, zorg te dragen voor de besluiten van de VvE. De vergadering van eigenaars kan de bestuurder aanwijzingen geven voor de uitvoering van zijn werkzaamheden.

In artikel 26 lid 1 van het reglement van splitsing is bepaald dat de administrateur het gebouw dient te verzekeren tegen brandschade, waaronder begrepen ontploffingsschade. Vast staat dat dit is gebeurd. Lid 2 van artikel 26 bepaalt voorts dat het bedrag der verzekeringen wordt vastgesteld door de vergadering. Eiser en gedaagde verschillen van mening of het bedrag van de opstalverzekering overeenstemt met de herbouwkosten van het gebouw. Gelet op hetgeen in lid 2 is bepaald, dient de vergadering van eigenaars hierover een besluit te nemen. Tussen partijen staat vast dat de vergadering geen besluit heeft genomen om het bedrag van de verzekering al dan niet te wijzigen. Niet gezegd kan dan ook worden dat gedaagde als bestuurder in gebreke is gebleven met de nakoming van zijn verplichtingen uit het splitsingsreglement, zodat de door eiser tegen gedaagde ingestelde vordering ter zake reeds om deze reden moet worden afgewezen. Dit neemt niet weg dat de VvE er wellicht verstandig aan zou doen de verzekeringspolis opnieuw te bezien en de herbouwwaarde periodiek te laten beoordelen door een deskundige, zoals ook is opgenomen in het splitsingsreglement.

Eiser heeft voorts het gebouw laten taxeren, zonder dat de vergadering van eigenaars hiermee heeft ingestemd. Afgezien hiervan is er geen grond gedaagde persoonlijk aansprakelijk te houden voor deze kosten. Indien eiser zijn kosten vergoed wil zien, zal hij hiertoe een verzoek moeten indienen bij de vergadering van eigenaars, die hierover een besluit kan nemen.

De vorderingen worden derhalve afgewezen en eiser wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld.

Beslissing

De kantonrechter:

wijst de vordering af;

veroordeelt eiser in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van gedaagde bepaald op: nihil

Dit vonnis is gewezen door mr. C. van Steenderen-Koornneef, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 november 2006, in aanwezigheid van de griffier.