Belastingrecht
Uitblijven reactie op verzoek om gesprek, klacht of betalingsregeling, geen voor bezwaar vatbare beschikking.
Rechtbank Gelderland, 4 december 2018
ECLI:NL:RBGEL:2018:5091 · Rechtbank Gelderland · 4 december 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-gelderland/bestuursrecht/belastingrecht/mondelinge-uitspraak/ecli-nl-rbgel-2018-5091
Zaakgegevens
Op 4 december 2018 heeft de Rechtbank Gelderland uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Rechtbank GelderlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 4 december 2018
- Datum publicatie
- 28 november 2018
- Zaaknummer
- AWB - 18 _ 866
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Mondelinge uitspraakMondelinge uitspraakDe rechter doet direct aan het eind van de zitting uitspraak; die wordt vastgelegd in een proces-verbaal.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2018:5091
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Uitblijven reactie op verzoek om gesprek, klacht of betalingsregeling, geen voor bezwaar vatbare beschikking.
Uitspraak
RechtbanK gelderland
Team belastingrecht
zaaknummers: AWB 18/866 en AWB 18/868
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer
van 4 december 2018
in de zaken tussen
[X] , wonende te [Z] , eiser
en
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Arnhem, verweerder.
De bestreden uitspraak op bezwaar
Eiser heeft diverse malen verzocht om een gesprek met verweerder, klachten bij verweerder ingediend en verzoeken om betalingsregelingen gedaan. Eiser heeft beroep ingediend wegens het uitblijven van uitspraken op bezwaar.
Zitting
Het eerste onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 juni 2018. Bij uitspraak van de meervoudige wrakingskamer van 10 juli 2018 is het wrakingsverzoek van eiser afgewezen.
Het onderzoek ter zitting is voortgezet op 20 november 2018. Eiser is daar, met kennisgeving aan de rechtbank, niet verschenen. Namens verweerder is verschenen [gemachtigde] .
Beslissing
De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Overwegingen
1. Met betrekking tot de rechtsgang bij besluiten die zijn genomen ingevolge de belastingwet brengen artikel 26 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR) en de artikelen 7:1 en 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) met zich dat slechts bezwaar en beroep kan worden ingesteld, indien het betreft een belastingaanslag, daaronder begrepen de in artikel 15 van de AWR voorgeschreven verrekening, of een voor bezwaar vatbare beschikking.
2. Omtrent de verzoeken om betalingsregelingen heeft verweerder bij brief van 28 mei 2018 aan de rechtbank een overzicht gegeven van de stand van zaken zoals die op dat moment volgens verweerder is. Er zijn geen openstaande verzoeken om een betalingsregeling waarop nog niet door verweerder is beslist. Eiser heeft daarnaast verzocht om een gesprek met verweerder en om een afschrift van zijn dossier.
3. In dit geval is geen sprake van een bezwaar tegen een belastingaanslag of een voor bezwaar vatbare beschikking als hiervoor bedoeld. Van het uitblijven van een uitspraak op bezwaar kan dus ook geen sprake zijn.
4. De beroepen zijn daarom niet-ontvankelijk verklaard.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.J. Engel, rechter, in aanwezigheid van mr. T.J.P. Wientjens, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken
op 4 december 2018.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. een dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de gronden van het hoger beroep.