Bestuursprocesrecht
voorlopige voorziening, geen spoedeisend belang, afwijzing
Rechtbank Gelderland, 17 juli 2026
ECLI:NL:RBGEL:2026:5826 · Rechtbank Gelderland · 17 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-gelderland/bestuursrecht/bestuursprocesrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbgel-2026-5826
Zaakgegevens
Op 17 juli 2026 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.
- Instantie
- Rechtbank GelderlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 17 juli 2026
- Datum publicatie
- 17 juli 2026
- Zaaknummer
- ARN 26/2924
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2026:5826
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
voorlopige voorziening, geen spoedeisend belang, afwijzing
Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 26/2924
uitspraak van de voorzieningenrechter van
in de zaak tussen
[verzoekster] , uit [woonplaats] , verzoekster
(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Apeldoorn.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster tegen de afwijzing van een aanvraag voor een tijdelijke maatwerkvoorziening. Verzoekster heeft bezwaar gemaakt en een verzoek om een voorlopige voorziening bij deze rechtbank ingediend. Daarnaast heeft verzoekster aanvullende stukken ter onderbouwing van haar verzoek ingediend.
2. De voorzieningenrechter kan op grond van artikel 8:83, derde lid, van de
Algemene wet bestuursrecht (Awb) in een aantal gevallen uitspraak doen zonder dat partijen worden uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. De voorzieningenrechter vindt in deze zaak een zitting niet nodig, omdat het verzoek kennelijk ongegrond is. Hij legt dat hieronder verder uit.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
3. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist.
Verzoekster stelt dat zij een spoedeisend belang heeft bij een voorlopige voorziening. Er is een WMO-beschikking afgegeven voor kortdurend verblijf, maar de toegewezen locatie is niet geschikt voor verzoekster. Zij raakt hierdoor ernstig ontregeld. Verzoekster verblijft sinds 10 februari 2026 bij haar vader, maar deze situatie is niet houdbaar. Het is noodzakelijk dat verzoekster op korte termijn wordt geplaatst op een voor haar geschikte plek, zoals in het kort verblijf huis van de [stichting] in [vestigingsplaats] .
Uit het e-mailbericht van 6 juli 2026 van de gemachtigde van verzoekster is de voorzieningenrechter gebleken dat verzoekster per 3 juli 2026 is geplaatst in het kort verblijf huis van de [stichting] in [vestigingsplaats] . Nu de door verzoekster gewenste plaatsing heeft plaatsgevonden, is er geen sprake meer van een spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening.
Conclusie en gevolgen
4. Nu een spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening ontbreekt, wijst de voorzieningenrechter het verzoek af.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Klein Egelink, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A. de Wijse-Hageman, griffier, en wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De griffier is verhinderd deze
uitspraak te ondertekenen.
|
griffier |
voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: