Bestuursprocesrecht

voorlopige voorziening, Participatiewet, geen spoedeisend belang, afwijzing.

Rechtbank Gelderland, 31 augustus 2026

Zaakgegevens

Op 31 augustus 2026 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
31 augustus 2026
Datum publicatie
31 augustus 2026
Zaaknummer
ARN 26/2427
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2026:6776
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

voorlopige voorziening, Participatiewet, geen spoedeisend belang, afwijzing.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Bestuursrecht

zaaknummer: ARN 26/2427


uitspraak van de voorzieningenrechter van

in de zaak tussen


[verzoekster] , uit [woonplaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. J. Sprakel),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lingewaard.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster tegen het besluit van 13 april 2026 waarin de Participatiewet uitkering van verzoekster is opgeschort. Verzoekster heeft bezwaar gemaakt en een verzoek om een voorlopige voorziening bij deze rechtbank ingediend.

2. De voorzieningenrechter kan op grond van artikel 8:83, derde lid, van de

Algemene wet bestuursrecht (Awb) in een aantal gevallen uitspraak doen zonder dat partijen worden uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. De voorzieningenrechter vindt in deze zaak een zitting niet nodig, omdat het verzoek kennelijk ongegrond is. Hij legt dat hieronder verder uit.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist.

3.1.

Verzoekster stelt dat zij een spoedeisend belang heeft bij een voorlopige voorziening, omdat zij geen inkomen heeft en de algemene kosten van het bestaan niet kan dragen. Zij heeft de zorg voor vijf minderjarige kinderen. Daarnaast zit verzoekster in de minnelijke schuldsanering en dreigt dit traject te stoppen als er geen inkomen meer is.

3.2.

Blijkens het e-mailbericht van 31 juli 2026 van het college heeft verzoekster alsnog veel van de benodigde stukken bij het college ingeleverd en heeft het college de opschorting van de uitkering opgeheven. Gelet op het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat verzoekster geen spoedeisend belang (meer) heeft bij het treffen van een voorlopige voorziening.

Conclusie en gevolgen

4. Nu een spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening niet (meer) aanwezig is, wijst de voorzieningenrechter het verzoek af.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. van Schagen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A. de Wijse-Hageman, griffier, en wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De voorzieningenrechter en de griffier zijn verhinderd deze uitspraak te ondertekenen.

Griffier

voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.