Bestuursprocesrecht

Beroep niet-ontvankelijk. Intrekking kan niet ongedaan gemaakt worden.

Rechtbank Gelderland, 5 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 5 oktober 2026 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.

Instantie
Rechtbank Gelderland
Zittingsplaats
Arnhem
Datum uitspraak
5 oktober 2026
Datum publicatie
1 oktober 2026
Zaaknummer
ARN 26/2143
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2026:7583
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Beroep niet-ontvankelijk. Intrekking kan niet ongedaan gemaakt worden.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: ARN 26/2143


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 oktober 2026

in de zaak tussen


[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

en

de burgemeester van de gemeente Harderwijk

(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van de burgemeester van 26 maart 2026.

1.1.

Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting.

Beoordeling door de rechtbank

2. Bij besluit van 16 oktober 2025 heeft de burgemeester een exploitatievergunning verleend.

2.1.

Bij brief van 21 november 2025 heeft appellant bezwaar gemaakt tegen het besluit van 16 oktober 2025. Bij besluit van 26 maart 2026, verzonden op 31 maart 2026, heeft de burgemeester dit bezwaar ongegrond verklaard en het bestreden besluit in stand gelaten.

2.2.

Op 24 april 2026 heeft eiser beroep ingesteld tegen het besluit van 26 maart 2026. Op 28 mei 2026 heeft hij dit beroep ingetrokken.

2.3.

Eiser heeft op 18 juni 2026 verzocht om ongedaanmaking van deze intrekking. De rechtbank heeft vervolgens in eerste instantie naar aanleiding van dit verzoek de zaak heropend.

2.4.

Volgens vaste rechtspraak kan een bevoegd gedane intrekking van een bezwaar of beroep niet ongedaan worden gemaakt na het verstrijken van de bezwaar- of beroepstermijn, tenzij sprake is van dwaling, dwang of bedrog. Een beslissing over een verzoek tot ongedaanmaking van intrekking van een beroep moet worden neergelegd in een uitspraak.

2.5.

De rechtbank stelt vast dat niet is gebleken dat eiser het beroep heeft ingetrokken onder invloed van dwaling, dwang of bedrog. Eiser heeft bij zijn verzoek enkel gesteld dat hij het ingetrokken beroep toch weer wil hervatten. De intrekking van het beroep kan daarom niet ongedaan worden gemaakt. Het beroep is niet-ontvankelijk.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.M. Verhoeven, rechter, in aanwezigheid van

mr. C. Ebbers, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 5 oktober 2026.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Zie de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 9 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2909, en de Centrale Raad van Beroep van 29 november 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:4248. College van Beroep voor het bedrijfsleven 18 januari 2022, ECLI:NL:CBB:2022:35, ro. 5.