Omgevingsrecht

Ordemaatregel. Schorsing omgevingsvergunning bouwen.

Rechtbank Gelderland, 8 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 8 oktober 2026 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over omgevingsrecht.

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
8 oktober 2026
Datum publicatie
8 oktober 2026
Zaaknummer
ARN 26/4743
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2026:7839
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Ordemaatregel. Schorsing omgevingsvergunning bouwen.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Bestuursrecht

zaaknummer: ARN 26/4743


uitspraak van de voorzieningenrechter van 8 oktober 2026 in de zaak tussen


[verzoeker 1] en [verzoeker 2] ,

en

[verzoeker 3] , allen uit [plaats] , verzoekers

(gemachtigde: mr. J.P. Hoegee),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maasdriel.

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [persoon 1] en [persoon 2] uit [plaats] , vergunninghouder

(gemachtigde: mr. R.J. Grasmeijer).

Inleiding

1. In deze uitspraak schorst de voorzieningenrechter bij wijze van ordemaatregel het bestreden besluit van 25 augustus 2026, waarin het college heeft besloten vergunninghouder een omgevingsvergunning te verlenen voor het plaatsen van een aanbouw met dakopbouw aan de achterzijde van de woning op het adres [adres] in [plaats] . De voorzieningenrechter legt hierna uit hoe zij tot deze ordemaatregel komt.

1.2.

Tegen dit besluit hebben verzoekers bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij bestreden besluit heeft het college aan vergunninghouder een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een aanbouw met dakopbouw aan de achterzijde van de woning op het adres [adres] in [plaats] . Verzoekers hebben hiertegen bezwaar gemaakt en verzocht om een ordemaatregel te treffen omdat vergunninghouder niet heeft gereageerd op de vraag of hij bereid is de beslissing op bezwaar af te wachten en de werkzaamheden gedurende de bezwaarprocedure op te schorten. De voorzieningenrechter heeft in dit verzoek geen aanleiding gezien om een ordemaatregel te treffen omdat het verzoek om voorlopige voorziening op korte termijn, namelijk 1 oktober 2026 op zitting zou worden behandeld. Op 30 september 2026 heeft de voorzieningenrechter een uitstelverzoek van het college toegewezen. Vervolgens is de zaak verplaatst naar 5 oktober 2026 en bleek dat vergunninghouder op die datum verhinderd was. Daarom is de behandeling opnieuw uitgesteld Verzoekers hebben op 5 oktober 2026 opnieuw verzocht om een ordemaatregel te treffen.

2.1.

De voorzieningenrechter ziet in dit tweede verzoek om een ordemaatregel wel aanleiding om de situatie te bevriezen om onomkeerbare gevolgen te voorkomen. Daarbij is van belang dat het gelet op de vele verhinderdagen van partijen niet mogelijk is de zaak snel op zitting te behandelen en vergunninghouder de bouw voortzet. De voorzieningenrechter zal daarom een ordemaatregel opleggen en het besluit van 25 augustus 2026 schorsen. Vergunninghouder heeft er in het bericht van 5 oktober 2026 op gewezen dat op dit moment wordt gewerkt aan de eerste bouwlaag en dat deze werkzaamheden vergunningvrij kunnen worden gerealiseerd. De voorzieningenrechter stelt vast dat omgevingsvergunning is aangevraagd voor de gehele verbouwing, dus de aanbouw en de dakopbouw tezamen, en wil niet op de beantwoording van die vraag vooruitlopen. De voorzieningenrechter vindt het daarom van belang om de zaak eerst op zitting te behandelen voordat er verder gebouwd kan worden.

2.2.

De voorzieningenrechter is daarbij van oordeel dat een verdere beoordeling van het verzoek nader onderzoek vergt. Zij zal partijen zo spoedig mogelijk uitnodigen voor behandeling op zitting. Tijdens deze zitting kunnen partijen hun standpunten nader toelichten. Vervolgens beoordeelt de voorzieningenrechter of de ordemaatregel moet worden gehandhaafd, opgeheven of gewijzigd.

Beslissing

De voorzieningenrechter schorst het besluit van 25 augustus 2026.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Emaus, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M. Dijkman, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 8 oktober 2026

griffier

voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.