Burgerlijk procesrecht
incident vrijwaring, referte
Rechtbank Gelderland, 10 december 2025
ECLI:NL:RBGEL:2025:11835 · Rechtbank Gelderland · 10 december 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-gelderland/civiel-recht/burgerlijk-procesrecht/bodemzaak/ecli-nl-rbgel-2025-11835
Zaakgegevens
Op 10 december 2025 heeft de Rechtbank Gelderland in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.
- Instantie
- Rechtbank GelderlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 10 december 2025
- Datum publicatie
- 18 februari 2026
- Zaaknummer
- C/05/457334 / HA ZA 25-403
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Burgerlijk procesrecht
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. K.J.T. Boersma te Tiel.
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2025:11835
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
incident vrijwaring, referte
Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/457334 / HA ZA 25-403
Vonnis in incident van 10 december 2025
in de zaak van
de stichting
STICHTING P.C.O. VOOR ONDERWIJS EN OPVANG GELDERSE VALLEI,
gevestigd te Nijkerk,
eisende partij in de hoofdzaak,
verwerende partij in het incident,
hierna te noemen: P.C.O.,
advocaten: mr. R. van Cooten en mr. M.W. IJzerman te Deventer,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagd bedrijf] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij in de hoofdzaak,
eisende partij in het incident,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. K.J.T. Boersma te Tiel.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 17 september 2025 met producties;
- de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring;
- de conclusie van antwoord in het vrijwaringsincident.
Ten slotte is vonnis in het incident bepaald.
2 De beoordeling in het incident
[gedaagde] vordert dat haar wordt toegestaan PMR Projectstoffering B.V. te Rotterdam in vrijwaring op te roepen. P.C.O. refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.
De rechtbank is van oordeel dat de incidentele vordering moet worden toegewezen, nu de aangevoerde en niet weersproken gronden die vordering kunnen dragen.
De rechtbank zal de beslissing omtrent de kosten van het incident aanhouden, totdat in de hoofdzaak zal worden beslist.
3 De beslissing
De rechtbank
in het incident
staat toe dat PMR Projectstoffering B.V. te Rotterdam door [gedaagde] wordt gedagvaard tegen de rolzitting van 21 januari 2026,
verwijst de zaak naar de rolzitting van 21 januari 2026 voor conclusie van antwoord in de hoofdzaak,
houdt iedere verdere beslissing aan.
|
Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. van der Mei en in het openbaar uitgesproken op 10 december 2025. |
||
954 / 2075