Burgerlijk procesrecht

incident vrijwaring, referte

Rechtbank Gelderland, 11 februari 2026

Zaakgegevens

Op 11 februari 2026 heeft de Rechtbank Gelderland in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.

Instantie
Rechtbank Gelderland
Zittingsplaats
Arnhem
Datum uitspraak
11 februari 2026
Datum publicatie
18 februari 2026
Zaaknummer
C/05/457563 / HA ZA 25-408
Procedure
Bodemzaak
Advocaat
mr. A Robustella, mr. G.E. Tip
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2026:1226
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

incident vrijwaring, referte

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht

Zittingsplaats Arnhem

Zaaknummer: C/05/457563 / HA ZA 25-408

Vonnis in incident van 11 februari 2026

in de zaak van

de vereniging

TENNIS- EN PADELVERENIGING COLUMBAE,

gevestigd te Duiven,

eisende partij in de hoofdzaak,

verwerende partij in het incident,

hierna te noemen: Columbae,

advocaat: mr. A. Robustella,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

1. PADELFACTORY B.V.,

gevestigd te Elst, gemeente Overbetuwe,

gedaagde partij in de hoofdzaak,

eisende partij in het incident,
2. [naam gedaagde],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde partij in de hoofdzaak,

hierna te noemen: Padelfactory en [gedaagde] ,

advocaat: mr. G.E. Tip.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de oorspronkelijke dagvaardingen van 22 en 23 september 2025;

- de rolbeslissing van 7 oktober 2025, waarin is meegedeeld dat de omvang van de dagvaarding niet voldoet aan het bepaalde in artikel 2.13 van het Landelijk procesreglement;

- de vervangende dagvaarding van 14 oktober 2025;

- de conclusie van antwoord in conventie tevens houdende incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring;

- de conclusie van antwoord in het vrijwaringsincident.

1.2.

Ten slotte is vonnis in het incident bepaald.

2 De beoordeling in het incident

2.1.

Padelfactory vordert dat haar wordt toegestaan [bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 2] B.V. in vrijwaring op te roepen. Columbae refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.

2.2.

De rechtbank is van oordeel dat de incidentele vordering moet worden toegewezen, nu de aangevoerde en niet weersproken gronden die vordering kunnen dragen.

2.3.

De rechtbank zal de beslissing omtrent de kosten van het incident aanhouden, totdat in de hoofdzaak zal worden beslist.

3 De beslissing

De rechtbank

in het incident

3.1.

staat toe dat [bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 2] B.V. door Padelfactory worden gedagvaard tegen de rolzitting van 25 maart 2026,

3.2.

houdt de beslissing omtrent de kosten aan,

in de hoofdzaak

3.3.

verwijst de zaak naar de rolzitting van 25 maart 2026 voor beraad rolrechter,

3.4.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.J. Peerdeman en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026.

592 / 2075