Burgerlijk procesrecht
incident vrijwaring, referte
Rechtbank Gelderland, 25 februari 2026
ECLI:NL:RBGEL:2026:1619 · Rechtbank Gelderland · 25 februari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-gelderland/civiel-recht/burgerlijk-procesrecht/bodemzaak/ecli-nl-rbgel-2026-1619
Zaakgegevens
Op 25 februari 2026 heeft de Rechtbank Gelderland in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.
- Instantie
- Rechtbank GelderlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 25 februari 2026
- Datum publicatie
- 4 maart 2026
- Zaaknummer
- C/05/458753 / HA ZA 25-455
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Burgerlijk procesrecht
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J. Blakborn, mr. M.B. Esseling
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2026:1619
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
incident vrijwaring, referte
Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/458753 / HA ZA 25-455
Vonnis in incident van 25 februari 2026
in de zaak van
[naam eiser in hoofdzaak / verweerder in incident] ,
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij in de hoofdzaak,
verwerende partij in het incident,
hierna te noemen: [eiser in hoofdzaak / verweerder in incident] ,
advocaat: mr. J. Blakborn,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[naam gedaagd bedrijf in hoofdzaak / eisend in het incident] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij in de hoofdzaak,
eisende partij in het incident,
hierna te noemen: [gedaagde in hoofdzaak / eiser in het incident] ,
advocaat: mr. M.B. Esseling.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring;
- de conclusie van antwoord in oproeping in vrijwaring.
Ten slotte is vonnis in het incident bepaald.
2 De beoordeling in het incident
[gedaagde in hoofdzaak / eiser in het incident] vordert dat haar wordt toegestaan de vennootschap onder firma [firma] tevens handelend onder de naam [bedrijf] te [vestigingsplaats] in vrijwaring op te roepen. [eiser in hoofdzaak / verweerder in incident] refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.
De rechtbank is van oordeel dat de incidentele vordering moet worden toegewezen, nu de aangevoerde en niet weersproken gronden die vordering kunnen dragen.
De rechtbank zal de beslissing omtrent de kosten van het incident aanhouden, totdat in de hoofdzaak zal worden beslist.
3. De beslissing
De rechtbank
in het incident
staat toe dat de vennootschap onder firma [firma] tevens handelend onder de naam [bedrijf] te [vestigingsplaats] door [gedaagde in hoofdzaak / eiser in het incident] wordt gedagvaard tegen de rolzitting van 8 april 2026,
verwijst de zaak naar de rolzitting van 8 april 2026 voor conclusie van antwoord in de hoofdzaak,
houdt iedere verdere beslissing aan.
|
Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Keijzer en in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2026. |
||
822/2075