Civiel recht overig

Verzoekschriftprocedure erfrecht. Niet-ontvankelijkverklaring van verzoek tot benoeming van een vereffenaar…

Rechtbank Gelderland, 27 juli 2023

Zaakgegevens

Op 27 juli 2023 heeft de Rechtbank Gelderland uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Gelderland
Zittingsplaats
Zutphen
Datum uitspraak
27 juli 2023
Datum publicatie
7 augustus 2023
Zaaknummer
C/05/422017 / HA RK 23-112
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2023:4536
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verzoekschriftprocedure erfrecht. Niet-ontvankelijkverklaring van verzoek tot benoeming van een vereffenaar ogv 4:204 lid 1 BW. Staat is geen belanghebbende.

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]beschikking

RECHTBANK GELDERLAND

Team bewind en erfrecht

Zittingsplaats Zutphen

zaaknummer / rekestnummer: C/05/422017 / HA RK 23-112

Beschikking van 27 juli 2023

in de zaak van

DE STAAT DER NEDERLANDEN, ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), Rijksvastgoedbedrijf, vertegenwoordigd door

P.H.M. Junier-Versluis

zetelend te Den Haag,

verzoekster,

advocaat mr. S.J. van Baasbank te Den Haag

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift, ontvangen ter griffie op 11 juli 2023, met bijlagen.

2
2. De feiten

2.1.

Op [datum] is te Doetinchem overleden [naam+gegevens erflater] (hierna: erflater). De laatste woonplaats van erflater was [plaats] ).

2.2.

Bij testament van 15 december 1993 heeft erflater over zijn nalatenschap beschikt. De erfstelling uit het testament sorteert geen effect, waardoor het wettelijk versterferfrecht op de nalatenschap van toepassing is.

2.3.

Blijkens afschrift uit het boedelregister hebben meerdere personen de nalatenschap van erflater verworpen.

3 Het verzoek

3.1.

De Staat verzoekt de rechtbank op grond van artikel 4:204 lid 1 onder a Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) om bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad:

  • tot vereffenaar van de nalatenschap van erflater te benoemen het Rijksvastgoedbedrijf te Den Haag;

  • de benoeming van de vereffenaar te doen inschrijven in het daartoe bestemde boedelregister als bedoeld in artikel 4:206 lid 6 BW, eerste volzin;

  • te bepalen dat de publicatie van de benoeming van de vereffenaar als bedoeld in artikel 4:206 lid 6 BW, tweede zin, mag plaatsvinden middels een digitale (kosteloze) publicatie in de Staatscourant.

3.2.

Aan haar verzoek heeft de Staat het volgende ten grondslag gelegd. De nalatenschap is niet onder voorrecht van boedelbeschrijving aanvaard en wordt niet door een executeur beheerd. De Staat heeft het Centrum voor familiegeschiedenis een erfgenamenonderzoek laten uitvoeren en de bekende (potentiële) erfgenamen aangeschreven. Een aantal erfgenamen heeft aangegeven af te zien van de nalatenschap. Niet alle aangeschreven erfgenamen hebben gereageerd. Hoewel de nalatenschap waarschijnlijk negatief is, is de Staat van mening dat de nalatenschap kostendekkend kan worden afgewikkeld.

3.3.

De Staat stelt zich op het standpunt dat zij belanghebbende is op grond van artikel 4:226 lid 1 BW. Dit artikel bepaalt dat wanneer de vereffening is voltooid en met een overschot is geëindigd, de vereffenaar de overgebleven goederen afgeeft aan de erfgenamen dan wel aan de Staat in het geval er geen erfgenamen zijn, niet bekend is of er erfgenamen zijn of wanneer de erfgenamen niet bereid zijn de goederen in ontvangst te nemen. Krachtens artikel 4:226 lid 4 BW vervallen de goederen of hetgeen daarvoor in de plaats is gekomen binnen twintig jaar nadat de nalatenschap is opengevallen en door niemand is opgeëist aan de Staat.

4
4. De beoordeling

De rechtbank kan de Staat niet volgen in haar stelling dat zij op grond van artikel 4:226 BW als belanghebbende kan worden aangemerkt in een procedure tot benoeming van een vereffenaar. Het enkele feit dat het overgebleven saldo van de nalatenschap over twintig jaar aan de Staat vervalt, kan het verzoek niet dragen. Dit maakt haar voorafgaand aan het verlopen van die termijn geen belanghebbende. Dit geldt temeer nu vaststaat dat erflater erfgenamen heeft achtergelaten. Het valt niet uit te sluiten dat deze erfgenamen de nalatenschap alsnog (beneficiair) zullen aanvaarden. Dat de erfgenamen de nalatenschap thans onbeheerd laat en dat deze niet wordt vereffend, kan er niet toe leiden dat de Staat toch als belanghebbende bij het verzoek wordt aangemerkt. Voor dat geval is in de wet de mogelijkheid opgenomen dat het Openbaar Ministerie een verzoek tot benoeming van een vereffenaar kan indienen. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de Staat

niet ontvankelijk verklaren in haar verzoeken.

5
5. De beslissing

De rechtbank,

verklaart verzoekster niet ontvankelijk in haar verzoeken.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.J.H. Schuurman en in het openbaar uitgesproken op 27 juli 2023.