Civiel recht overig

Verzoek ex artikel 3:270 BW. Internationale zaak.

Rechtbank Gelderland, 15 januari 2025

Zaakgegevens

Op 15 januari 2025 heeft de Rechtbank Gelderland uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Gelderland
Zittingsplaats
Arnhem
Datum uitspraak
15 januari 2025
Datum publicatie
22 april 2025
Zaaknummer
C/05/444738 / KG RK 24/897
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2025:3057
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verzoek ex artikel 3:270 BW. Internationale zaak.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer: C/05/444738 / KG RK 24/897

beschikking van 15 januari 2025

in de zaak van

[verzoekster] ,

handelende in haar hoedanigheid van curator in het faillissement van

de naamloze vennootschap naar het recht van Luxemburg

[bedrijf] ,

kantoorhoudende te [vestigingsplaats] , Groothertogdom Luxemburg,

verzoekster,

gemachtigde mr. J.F.M. Schoot, notaris te Doetinchem.

1 De beoordeling

1.1.

Verzoekster is gevestigd in Groothertogdom Luxemburg. Dat betekent dat de zaak een internationaal karakter draagt. De rechtbank moet daarom ambtshalve onderzoeken of hij rechtsmacht heeft en, als dat het geval is, naar welk materieel recht het verzoek moet worden beoordeeld.

1.2.

Het verzoek betreft een burgerlijke of handelszaak in de zin van artikel 1 lid 1 van Verordening (EU) Nr. 1215/2012. De rechtsmacht moet dus aan de hand van deze verordening worden beoordeeld. In artikel 24 lid 1 van deze verordening is (onder meer) bepaald dat, ongeacht de woonplaats van partijen, voor zakelijke rechten op onroerende goederen de gerechten van de lidstaat waar het onroerend goed gelegen is bij uitsluiting bevoegd zijn. Omdat de onroerende goederen waarop het verzoek betrekking heeft gelegen zijn in en nabij [plaats] , heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht. Deze rechtbank is ingevolge het bepaalde in het Wetboek van rechtsvordering zowel absoluut als relatief bevoegd, dit laatste mede op grond van het Zaaksverdelingsreglement rechtbank Gelderland.

1.3.

Op grond van artikel 10:127 lid 1 BW - dat onder meer bepaalt dat het goederenrechtelijke regime met betrekking tot een zaak wordt beheerst door het recht van de staat op welks grondgebied de zaak zich bevindt - is op het verzoek Nederlands recht van toepassing.

1.4.

Het verzoek strekt tot het goedkeuren van de door verzoekster aan de notaris overgelegde verklaring (‘redemption note’) van 4 november 2024, op grond van artikel 3:270 lid 3 BW. Summierlijk is van de juistheid van deze verklaring gebleken. Deze verklaring wordt aan deze beschikking gehecht.

2 De beslissing

De voorzieningenrechter

keurt de verklaring goed.

Deze beschikking is gegeven door mr. E. Boerwinkel en in het openbaar uitgesproken op

15 januari 2025.